Frans voor beginners
Woord van de dag
Het woord dat al sinds de vroege ochtend onder mijn oksel zit, als een volgetankte teek of een ingegroeide haar. Eens zien of jullie het aan het eind van deze tekst 'mijn woord van de dag' kunnen raden.
Hint: het is een Anglicisme, of nee, gewoon een Engels woord. Een hip Engels woord om precies te zien, al verwijst het naar achteren, naar een donkere verleden tijd. Waarbij ik me er van bewust ben, dat mijn 'donker' de boel kleurt, andere spreken misschien liever van 'toen geluk nog gewoon was'. Hoe dan ook. Raden maar.
Ik geef mijn man koffie op bed. Ik zwaai hem uit wanneer hij in overhemd en pyjamabroek in zijn werkkamer verdwijnt. Dan vouw ik hummend de was op en dweil de badkamer. Door mijn haren haal ik een snelle kam. Die snelle kam is van mijn moeder. Niet het voorwerp maar het gebaar. Een snelle kam, een flauw elastiekje, een staande boterham. Mijn moeder was een praktische vrouw, maar zij was niet 'het woord van de dag'.
Na de man en de was, zijn de planten aan de beurt. Ik voel in aarde, of deze vochtig genoeg is, en knijp hier en daar een verdord knopje uit. Ik til de jampot met stekjes op om te zien of er al wortels scheuten. Dan schiet ik in mijn klompen en loop naar de tuin. De groene sla is aangevreten. De eikenbladsla is ongeschonden, want daar heb ik gisteravond nog een kraag om gelegd. De tuinbonen lijken het ondanks de slakken, luizen en hagel toch weer te doen. En wat ben ik blij dat ik als 'woord van de dag' de kostwinner toestemming heb gevraagd om aardappelen te planten.
Van de moestuin naar de kas ... ik zal jullie de meeste details besparen. Maar deze geef ik wel: met een pincet verplaats ik de stekjes van de cayennepeper van een klein potje naar een groter. Ik keer een kever om, die op zijn rug terecht is gekomen. Ik tel de nachtegalen in de tuin. Misschien niet iets wat het woord van de dag zou doen, maar ik doe dat er dus gewoon nog even bij.
Planten check.
Vogels check.
Nu nog de bomen.
Die arme bomen. Het jonge blad geperforeerd door hagel. 'Een straf van God', zou het dagwoord kunnen zeggen. Maar ik denk – even als mezelf – gewoon pech gehad en een les geleerd. De ene dag huppel je door velden vol bloeiende lentebloemen, de andere dag zit je te grienen bij de kapotte pioenrozen. Wie wilde er buiten wonen? Wie omarmt de aarde? Dit allemaal terzijde. Op naar de volgende hint.
'Steenrood' hoorde ik mezelf zeggen. Nog zoiets, wat een maand of drie geleden niet in me op zou komen. Steenrood, of erger nog 'brique', was voor de dommen, voor stilisten zonder kleurgevoel. Maar hier ... een steenrode vloer, en eventueel gehaakte gordijnen, qua kleur en materialiteit bij elkaar gehouden door een rieten mand of drie, vier, zeventien.
Terug naar de bomen. Ik was nog niet klaar. De vlier moet geknipt voor de limonade. De wilg geknot voor het zicht. De kers gesnoeid voor volgend jaar meer vruchten. Gingko, acacia, kastanje, eik ... o, de klokken luiden. Tijd om de lunch te bereiden.
Ja, bereiden is het goede woord. Hij ligt op zijn rug in het gras, terwijl ik de borden afruim. Na de afwas spuit ik het aanrecht in met een mengsel van afwasmiddel en azijn tegen de mieren. Ik herinner hem eraan dat de loodgieter zo komt ... en dat ik graag ...
'Hoe lang ga je dit eigenlijk volhouden?', vraagt hij.
'Maar ik geniet ervan', zeg ik.
'Je bent niet goed snik', zegt hij.
'Het laatste wat ik wil', zegt hij, is een trad-wife.
'Ah nee', zeg ik, 'nu heb je het verraden.'
(juni 2024)
Sinds 2024 schrijf ik zo nu en dan over mijn deeltijdleven op het Franse platteland. Veel vogels, bomen, stenen en ook gedachten over wat het betekent om een vreemdeling te zijn.