Mariette Wijne

December 2016

De Ervaring

Mijn moeder was jarig. Er kwam bezoek uit Canada. Mijn 85-jarige tante Toosje en haar dochter Chris. Chris moest dagenlang als levende rollator fungeren en luisteren naar plat Brabants waar ze geen woord van begreep. Dat vonden wij, ik en mijn zussen, sneu voor haar. En dus vroegen we of ze misschien ergens zin in had, nu ze toch in Nederland was. Even iets anders. Minder Lees meer

Een museum? Dagje shoppen? De Wallen desnoods? Mijn immer alerte tante Toosje hoorde dit gesprek en riep: HEINEKEN! She would love that. Tante bedoelde de Heineken Experience. In Amsterdam. En wie van de familie woont er in Amsterdam. Precies. Ik was de aangewezen persoon om met Chris naar de Heinekenfabriek te gaan. Had ik er zin in? Nee. Kon ik er onderuit? Nee.
Op aanraden van Heineken, maar verder onnodig, had ik online twee 18+-kaartjes gekocht. Zoals het een experience betaamt kregen we een groen rubberen festivalbandje om met gaatjes waarin twee ‘consumptieknoopjes’ zaten geklikt. De drinker in mij zag meteen dat er meer gaatjes dan knopen waren en die liep nog even terug om te vragen of het wel klopte. Dat deed het. Twee bier.

Binnen was het donker. Het eerste deel van de experience deed erg haar best om op een museum te lijken met vergeelde foto’s en schokkerige filmjes. Maar vanaf het bord waar je je hoofd doorheen kon steken om als oud-Hollandse graanhandelaar of zoiets op de foto te gaan, begon de beleving het over te nemen. We genoten nog even van immense koperen vaten en twee levende paarden, maar daarna was niets nog echt. We enterden een interactief universum dat ... ja wat eigenlijk? Wat hadden al die rugby-, voetbal-, volleybal-, tafeltennis-, formule-1-spelletjes eigenlijk te betekenen? Waarom moest ik met andere mensen in een kratsimulator gaan staan om te voelen wat het is om een flesje bier te zijn? Hobbeldebobbel op de lopende band, onder een sproeier, in het bad. Did you enjoy this? Si, zeiden de Italianen in gewatteerde jacks. Oui, knikten de Fransen op hun eeuwige mocassins. Het spelletjeslabyrint kwam uit bij de bar. Je mocht zelf tappen. Spannend hoor. Je kreeg er een cursus bierdrinken bij. Jemig. Daar gingen de handjes met de bandjes om de glaasjes de lucht in en klonk het ‘aaahhh’ in koor. Super. Mochten we nu dan eindelijk naar huis? Nee, nog lang niet. Er moesten nog gepersonaliseerde etiketten worden bedrukt, foto’s worden gemaakt en god weet wat de firma nog meer had bedacht om bezoekers hun geld afhandig te maken.
Het hele bezoek leek een etmaal te duren, toch stonden we na een uur alweer buiten. Ik heb heel wat musea van binnen gezien. Lange tijd voerde een Sardijns Bandietenmuseum mijn toptien van meest slaapverwekkende museumervaringen aan. Maar dat krot met z’n lage plafond en louter verroeste geweren is achteraf gezien een kaleidoscopische schatkamer vergeleken bij de doodsaaie Heineken Experience. Ik wist het van tevoren en ik blijf erbij: de cultus rond drank is stomvervelend.
Of ik in de verleiding ben gekomen? Ja, om in een hoekje te gaan zitten slapen. Maar dat kon ik niet maken tegenover mijn nicht. Zij had overigens een great time. Het mooist vond ze de paarden. We hadden dus net zo goed naar een willekeurige kinderboerderij kunnen gaan.


Oktober 2016

Jubel

Vijf jaar Lef. Dat vraagt om een feestelijke column! Wat jammer nu, dat ik de taal van feestjes niet meer spreek. Op de meeste partijtjes sterf ik van de zenuwen of verveel ik mijn tieten eraf. Lang voordat het een bende wordt, knijp ik er tussenuit. Minder Lees meer

Prosecco, gin-tonic, door vrouwen gebrouwen bier: ik mis niks, want het grootste feest voltrekt zich de volgende ochtend. Wanneer ik voor de zoveelste keer geen kater blijk te hebben en weer niet in mijn schedelpan naar die beroerde film van de avond ervoor hoef te kijken. Een bacchanaal van nuchterheid. Dankjewel lieve Lef, want het is mede door jullie dat ik zo’n heerlijk helder leven leidt. Ik heb het nodig om níet anoniem te zijn. Jullie lezers zijn mijn beveiligingscamera’s. Onder hun toeziend oog doe ik geen gekke dingen. Schrijven is in mijn geval nuchter blijven. Echt, ik zou niet weten waar ik zonder Lef zou zijn.

Ik herinner me nog dat hoofdredacteur Jolande Bastiaans mij medio 2011 belde om te vragen of ik iets voor haar magazine-in-wording wilde doen. Ik zei ja en hield mijn twijfels voor me. Jack Wouterse op de cover? Veel succes ermee, daar in Den Bosch. Welke vip zou zich vrolijk met verslaving afficheren?
Het was mij in elk geval niet gelukt om voor mijn boek over stoppen met drinken ook maar één ex-verslaafde beroemdheid te strikken. Ik hoopte dat Hans Dorrestijn het voorwoord zou willen schrijven. Zijn impresario liet me weten dat Hans met dergelijke boeken heel slechte ervaringen had. Vervolgens probeerde ik Javier Guzman tot een interview te verleiden. Zijn agent was optimistisch, maar stuurde me enkele dagen later toch een mailtje met daarin de mededeling dat Javier te druk was met de voorbereiding van zijn nieuwe (afkick)programma. Verder had ik ook nog contact met Kitty Courbois. Een prachtige actrice door wiens inspirerende verhaal ik ooit begonnen was met stoppen met drinken. Maar Kitty vond het niet nodig er verder nog woorden aan vuil te maken. Bovendien zat haar alcoholvrije periode er blijkbaar al weer op.
Wat mij als Mensje van Nergenshuizen niet lukte, ging jullie vanaf het begin gemakkelijk af. Na Jack Wouterse volgde een stoet van bekende Nederlanders en Vlamingen die zonder morren met hun gelouterde toet op de cover van de Lef gingen staan. Hadden ze dat ook gedaan als het blad Abstinent of Rein Leven had geheten? Lef is stoer. En dapper. Met lef staat altijd iets op het spel en is de uitkomst onzeker. Lef, weet ik sinds een halve dag, is net als het formidabele gotspe, gesjochten en achenebbisj, een Jiddisch woord. Het is afgeleid van het Hebreeuwse 'lev' dat zowel hart als moed betekent. Twee dingen die je vijf jaar geleden inderdaad hard nodig had om een blad over verslaving te beginnen. Wie zat er op zo'n magazine te wachten?
Ik. En met mij een massa andere stiekeme drinkers, bezorgde blowers, wanhopige overeters, radeloze ouders van minderjarige gameverslaafden enzovoort. Eindelijk een blad dat geen blad voor de mond nam. Niet papte of nat hield, maar met harde cijfers en levende bewijzen kwam. Eindelijk iets om veilig op terug te vallen. Een hulpwijzer. Een kompas. Vol slimme, mooie en getalenteerde mensen die door hetzelfde gaan als jij en ik. Sinds Lef er is, zijn wij niet meer alleen. Wat een feest is dat.


Augustus 2016

Poep en pies

KWR, het Water Recycle Institute, onderzoekt ons water. Onder andere op sporen van drugs. Eerst onderzocht deze ‘kennisonderneming’ te Nieuwegein vooral het rioolwater van grote steden als Amsterdam en Eindhoven, maar nu zijn ook de wc’s van acht gemeenten rond Utrecht uitgepluisd. En? Minder Lees meer

Nou, je zult het niet geloven, maar op het platteland wordt dus ook drugs gebruikt. Kasteeldorp Montfoort scoort opmerkelijk hoog qua cocaïne en in het wonderschone Oudewater wordt per capita meer speed gebruikt dan in de grote steden.
De betreffende gemeenten schrokken zich een hoedje van deze cijfers. Maar de onderzoekers van KWR, gedreven in Bridging Science to Practice, snorden van tevredenheid. Ze vinden hun onderzoek naar drugsgebruik veel betrouwbaarder dan bijvoorbeeld enquêtes met vragenlijsten. Het riool liegt niet.
Ja, ja, meten is weten. Maar wat weten we nou helemaal? Dat er in snoezige gehuchten meer wordt geslikt en gesnoven dan je bij het zien van die oud-Hollandse molens en scheve pandjes zou verwachten. Punt. Over de gebruikers komen we namelijk helemaal niets te weten. Zijn het dorpelingen of is het visite van elders? Zijn ze jong of oud? Jongen of meisje? Gebruiken ze met regelmaat of is het een kwestie van eens en nooit weer? Zijn ze nog te redden of hopeloos verloren?
Misschien in de toekomst – wanneer de gegevens van KWR eenvoudig aan een landelijke DNA-databank kunnen worden gekoppeld – maar vooralsnog geven de riooltaps geen namen door. De bal ligt bij de gemeenten. Díe moeten de science aan de practice bridgen. Op de website van de gemeente Oudewater valt te lezen dat wethouder Ad de Regt ‘samen met inwoners en professionals aan de slag wil deze mate van gebruik terug te dringen. En dat kunnen we alleen samen doen, als we met elkaar de schouders eronder zetten!’
Waaronder precies Ad? Wat ga je nu doen? De wethouder heeft vermoedelijk geen idee waar hij moet beginnen. Ik vrees dat hij met ‘professionals’ een volgend onderzoeksbureau bedoeld. Eentje dat het opsporings- en preventiebeleid voor Oudewater gaat formuleren aan de hand van een onderzoek, waarschijnlijk met enquêtes en vragenformuleren, omdat die uiteindelijk toch meer zeggen dan alleen een rioolonderzoek. Dat duurt minstens een jaar of twee. Dan komt er een presentatie en een lunch met luxebroodjes, en vervolgens is het geld op.

Onderzoeken zijn nuttig. Cijfers zijn leuk voor in de krant. Soms halen ze zelfs het journaal. Maar aan het eind van de dag zul je je toch moeten overgeven aan het eerloze handwerk van contact zoeken en praten om zo een idee te krijgen van wat er nou allemaal aan de hand is. Voor het tv-programma Danny zoekt problemen ging presentator Danny Ghosen naar Twenterand. In dit Overijsselse dorp stromen drugs niet alleen door het riool, maar komt de ghb kennelijk uit de kraan. Het hele minderjarigde deel lijkt te experimenteren met het narcosemiddel. Wanneer Danny een paar geblurde gastjes vraagt hoe ze eraan komen, antwoorden ze met: ‘Gewoon’. Van wie? ‘Gewoon.’ Waarom? ‘Gewoon. Uit verveling. Er is hier verder niks te doen.’
Zulke quotes onttrek je niet aan poep en pies. Daarvoor moet je de boer op. Het hightech lab van KWR met z’n Engelse onderschriften staat in een andere wereld dan die van de gebruikers in Oudewater of Twenterand. Terwijl wateranalisten geilen op nieuwe zeefmethoden, scheert een veertienjarige het dons van zijn wangen en neemt nog wat ghb om de dag door te komen.


Juni 2016

Hebben of zijn

Sinds ik gediagnosticeerd ben als alcoholist zit dat etiket me dwars. Ik ben niet vies van een flinke shot mea culpa, maar ‘alcoholist’ stopt me in een hok waar ik niet in wil zitten. Tenminste niet de hele tijd. Niet de rest van mijn leven. Minder Lees meer

Ik ben meer dan een alcoholist. Ik ben een vrouw, een dochter, een zus, een ex-collega, een fietser, een treinreiziger, een tandartspatiënt met veel vullingen en ga zo maar door. Je kunt mij beplakken met duizenden labels. En jou trouwens ook. Sommige plakken zo goed dat ze een leven lang blijven zitten. Andere vallen er meteen af of laten na een paar jaar los. Ben ik een alcoholist als ik zeven jaar niet gedronken heb? Moet ik die sticker voor altijd en eeuwig laten zitten of mag hij er onderhand eens af?
Nee, nee, zegt de reguliere verslavingszorg. Die bochel heb je sinds je geboorte en gaat nooit meer weg. In door de overheid gefinancierde folders en op websites staat: ‘verslaving is een chronische hersenziekte’. En daar moet ik het mee doen. Het is niet rot bedoeld. Het is voor mijn eigen bestwil, het is om het stigma te verkleinen. Ik ben geen loser, geen paria, geen moedwillige klootzak: ik ben chronisch ziek en daar kan ik niks aan doen.
Dit is hoe anno 2016 veel deskundigen over verslaving denken. De vraag is, voor hoelang nog? Er beginnen namelijk nieuwe geluiden in het verslavingsdebat door te klinken. Neurowetenschapper Marc Lewis schreef het boek The Biology of Desire waarin hij uitlegt waarom verslaving geen ziekte is. En toppsychiater Jim van Os wond er tijdens het recente symposium Is verslaving een ziekte? ook geen doekjes om. Hij wees erop dat er nog altijd geen test bestaat die verslavingsaanleg kan meten, zoals je bijvoorbeeld een hoge bloeddruk of laag ijzergehalte wel kunt meten. Hij stelt: verslaafden worden ziek door hun verslaafd gedrag, maar ze zijn het niet bij hun geboorte.
In Van Os’ wereld - die van het onderzoek naar schizofrenie - is het woord hersenziekte al enige tijd discutabel. Daar spreken ze liever over gevoeligheden: die zijn aangeboren, maar gedrag niet. Daar hebben ze het over mensen met psychoses in plaats van over schizofrenen, over mensen met zucht in plaats van over verslaafden. Binnen de nieuwe geestelijke gezondheidszorg die Van Os en co vormgeven is de mens kortom meer dan zijn kwaal.

Van die humanistische visie knapt deze mens alvast enorm op. Het geeft me lucht. Door iemand hersenziek te noemen haal je schuld en stigma weg, hoera!, maar maak je hem in ruil daarvoor wel machteloos. Nooit kan hij genezen. Maar kijk nou eens naar de praktijk. Een op de tien mensen die in aanraking komen met alcohol raakt eraan verslaafd. Maar van die 10 procent herstelt een hoopgevende meerderheid. Door inzicht, door oefening of door een behandeling die aanslaat. De meesten herstellen niet van de ene op de andere dag, maar wel naar verloop van tijd en dat telt ook. In elk geval hebben we het over cijfers die voor diabetes of astma ongekend zijn.
Hebben of zijn. Dat is dus de vraag. Heb ik dorst of ben ik ziek? Heb ik een lastige relatie met mijn beloningssysteem of ben ik een alcoholist. Heb ik op tijd de juiste afslag genomen of ben ik verslaafd? Jij mag het zeggen.


April 2016

Beterschap

Ik hing al jaren boven de pot, voordat ik begreep dat ik boulimia had. In 1983 had je geen internet. Je moest naar de bibliotheek om jezelf te informeren. Daar stond één akelig boek over anorexia, maar over boulimia vond ik niks. Ik ging in therapie voor vanalles en nog wat, maar durfde niet over mijn eetprobleem te praten. Minder Lees meer

Zo modderde ik door totdat ik via een vriendin het boek Dus ik hoef me helemaal niet zo te voelen? in handen kreeg. Het boek uit 1993 van Colette Dowling is een vroege lofzang op anti-depressiva, die in die tijd in de mode raakten en waarvan werd gezegd dat ze niet alleen hielpen tegen depressies maar ook tegen verslavingen en eetbuien. Toen mijn zachtaardige therapeut op vakantie was, heb ik achter zijn rug om diens vervanger gesmeekt mij iets anti-depressievigs voor te schrijven. Vanaf de eerste strip heb ik nooit meer, geen enkele keer mijn vinger in mijn keel gestoken.
Coco kwam tien jaar geleden uit de kast als anorexiapatiënt. Ze was toen 62 jaar oud en woog dertig kilo. Een arts had haar onomwonden verteld dat als ze niet meer ging eten, ze snel dood zou gaan. Dat was het moment waarop Coco toegaf anorexia te hebben en aangaf te willen blijven leven. In de afgelopen tien jaar is ze zes kilo aangekomen. Dat is een halve kilo per jaar. Iets minder dan tien gram per week. Ze weegt nu 36 kilo en vindt dat meer dan genoeg. Gevraagd naar het ontstaan van de ziekte, noemt ze het moment waarop haar zoon werd geboren. Het geluk om zijn aanwezigheid ging van meet af aan gepaard met een gigantische zorg om zijn welzijn. Coco kon volgens eigen zeggen de verantwoordelijkheid niet aan. Door niet te eten, hield ze hem in leven. Coco is zestien centimeter gekrompen en haar skelet is nagenoeg ontkalkt.
Hoe ontwikkel je een eetstoornis? In het publieke debat gaat het altijd en eeuwig over dunne modellen. Alsof zij de boosdoener zijn. Maar ook blinde meisjes kunnen zich uithongeren en middeleeuwse nonnen zonder tijdschriften of pro-anasites hadden er ook last van. Je kunt magere modellen wel van de catwalk en tijdschriftcovers halen, maar daarmee roei je eetstoornissen niet uit. Coco kreeg anorexia toen ze moeder werd. Ik kreeg boulimia toen ik op kamers ging. Mijn nichtje begon te bingen in haar afstudeerjaar. Alle drie waren we kennelijk stikbenauwd om volwassen te worden. Als eetstoornissen over groeiangst gaan, dan zou je de volwassenheid moeten promoten als een begerenswaardige staat van zijn. ‘Heerlijk joh, die combinatie van zorgen en verantwoordelijkheden! Straks wil je niks anders meer.’
Dacht ik even slim te zijn. Als je ‘het plezier van volwassen zijn’ googelt kom je meteen op de proud2bme-website uit, waar thema’s als verantwoordelijkheid en volwassenheid vlotjes worden beschreven door jonge vrouwen met een eetstoornis die aan de beterende hand zijn. Geen woord over modellen of calorieën, maar over zelfstandigheid, zelf keuzes maken en onafhankelijkheid.
Met zulke stralende voorbeelden zou het met al die hongerende of overetende meiden en jongens nu eindelijk eens de goede kant op moeten gaan... Ik vind het in elk geval jammer dat ik niet twintig jaar later ben geboren. Dan kon ik op een website lezen dat ik niet dun wil zijn, maar het liefst klein wil blijven. Dat streven vind ik niet duister of dom maar heel begrijpelijk en ook lief. En jezelf lief vinden is het begin van alle beterschap.


Februari 2016

Onzinnig plan

‘Ik rook de sinaasappelbloesem en wandelde met de honden naar het strand. Fuck dat hele New York ook, dacht ik. Het onzinnige plan was mij enkel door het hoofd geschoten omdat ik weer eens met drinken was gestopt.’ Minder Lees meer

Zo eindigde de nieuwjaarscolumn van schrijver-journalist Arthur van Amerongen. Omdat de obstinate Arthur graag een loopje met de feiten neemt, weet ik nooit of zijn mededelingen waar zijn of niet. Maar ik geloof wel dat hij een alcoholist is. En ik geloof ook dat hij er zo nu en dan mee ophoudt: met drinken. En in die alcoholvrije perioden heeft hij kennelijk zin om te verhuizen, of om, zoals hij in de betreffende column in De Volkskrant schrijft, ‘nog een keer groots en meeslepend de wereld te veroveren’.
Zin in actie dus.
Herkenbaar.
Want je moet toch wat.
Als je niet drinkt.
Ook ik ben de laatste jaren actiever dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ren me rot, zwem me te barsten, poets me een ongeluk en schoffel de moestuin ondersteboven. Onlangs heb ik mezelf nog eens overtroffen door naar Parijs te lopen. Te lopen ja. Dit in het kader van weer een nieuwe activiteit en wel het aandacht vragen voor de gevolgen van klimaatverandering.
Ik met een groep te voet naar Parijs dus. Gemiddeld 25 kilometer per dag. Ik had me goed voorbereid, onder andere door mijn schoenen stevig in te lopen en een deprimerend themanummer over het klimaat van de Groene Amsterdammer te lezen. Waar ik niet op had gerekend, is dat wanneer je samen loopt, samen eet en samen slaapt er ook samen geborreld moet worden, minstens twee keer per dag. Misschien ging ik er vanuit dat mensen die hun afval netjes scheiden geen alcoholisten kunnen zijn, maar daar had ik buiten de waard gerekend. Want iedereen drinkt, dus ook de duurzame types.
De weg van Utrecht naar Parijs was lang, 619 kilometer om precies te zijn. Op sommige wandeldagen zag ik meerdere cafés van binnen. Wilde ik drinken? Nee. Had ik zin om te drinken. Ja. Wie heeft dat niet na dertig kilometer door de modder ploegen? Tijdens het slotdiner in Parijs werd ik door een Australische groepsgenoot gewongen een glas champagne aan te nemen. ‘Youre a winner, drink!’ Even. Heel even. Dacht ik: what the hack. En begon ouderwets te calculeren. Eén glaasje kan geen kwaad. Dit is een bijzondere gelegenheid. Na een maand wandelen heb ik het wel verdiend. Ik ben verdomme de wereld aan het redden en heb recht op een beloning... Dit wedstrijdje armdrukken met een Frans champagneglas duurde een paar seconden. Het glas wou duidelijk een andere richting op dan ik. Ik had moeite. Ik had echt moeite om het terug op tafel te zetten. Uiteindelijk riep ik nastrovje en smeet het volle glas over mijn schouder de brasserie door. Het gevaar was geweken. En een maand later gleed ik fris en onbevlekt het nieuwe jaar in.
Net als Van Amerongen, die in elk geval op nieuwjaarsochtend nog nuchter was. Ik ben heel benieuwd naar wat Arthur en ik de rest van het jaar gaan doen. Ik heb in elk geval één onzinnig plan. Ook iets in het kader van bewegen. Ik wil namelijk heel graag een Runners Anonymous oprichten, een hardloopclub voor ex-verslaafden die samen trainen voor de eerste Nederlandse recovery run. The Lef Recovery Run als het even kan. Het plan is me vorig jaar door mijn hoofd geschoten. En volgens mij is er niks onzinnigs aan. Ga maar vast een paar hardloopschoenen kopen.