Mariette Wijne

November 2014

Recht van spreken

Vandaag heb ik op de kop af vijf jaar niet gedronken. Van lust ’m naar lustrum. Zestig maanden, 260 weken, 1827 dagen om precies te zijn. Had iemand mij van te voren gezegd dat het op den duur zo fijn zo zijn, dan was ik er eerder aan begonnen. Maar niet heus. Zoals een verslaving een optelsom of vermenigvuldiging van factoren is, zo is stoppen dat ook. Je moet er klaar voor zijn. Dat was ik op 15 oktober 2009. Minder Lees meer

Is er sindsdien veel veranderd in mijn leven? Al na de eerste week kon ik een hele rij met voordelen opsommen, beter slapen tot witter oogwit. Maar nu ik 1827 dagen niet gedronken heb, willen de positieve effecten me niet zo een twee drie te binnen schieten. Althans niet in de vorm van een rijtje. Meer als een onafgebroken lijn. Een gehele linie, zal ik maar zeggen.
Ja, over de gehele linie gaat het honderd keer beter dan pak ’m beet tweeduizend dagen geleden. Ik leef en ben gezond, om maar eens iets te noemen, wat niet wil zeggen dat ik nergens last van heb. Paniek, angst, schuld en schaamte: ze zijn er nog steeds. Vooral als ik onder druk sta en het gevoel heb de controle te verliezen. Dan dansen die ettertjes sarrend om me heen. Misschien wel fitter en fanatieker dan vroeger; ik kan ze niet verdoven.
Omdat ik mijn kwelgeesten niet meer met een fles buiten westen kan slaan, ben ik naar andere manieren gaan zoeken om ze het zwijgen op te leggen. Weet je waar ze een grote hekel aan hebben? Als je lief voor ze bent. Dan schrompelen ze in elkaar van ellende. Aandacht doet wonderen. Door bijvoorbeeld over angst en onrust te schrijven, maak ik ze onschadelijk. Helemaal als ik daar mijn naam onder zet. En zo kom ik bij het tweede grote gevolg. Want pas sinds ik nuchter ben, durf ik onder mijn eigen naam te schrijven. Daarvoor schreef ik voor anderen of ik gebruikte een pseudoniem. Ik schaamde me kennelijk zo voor wie ik was, dat ik mezelf het zwijgen oplegde. Mijn verslaving was een vorm van zelfcensuur.
Nu voert het me te ver om te zeggen dat ik op 15 oktober 2009 opnieuw ben geboren, want dan zou ik mezelf op een andere manier ontkennen en dat wil ik niet. Maar het is wel zo dat ik vanaf die dag mijn stem durf te laten horen. Op papier en sinds kort ook voor de klas als schrijfdocent. Ik praat terwijl anderen naar mij kijken. Ik eis zomaar de aandacht van mijn kunststudenten op. Met angst en beven, en met een hoop gerelateerde paniek, maar ik doe het. En als het lukt, als zo’n seminar (doe maar duur) goed loopt, dan is dat het lekkerste wat er is. En als het mislukt, dan stort ik in, allicht, maar krabbel wonder boven wonder ook weer op. Op mijn eigenste droge houtje. En daar gaat het dus om. Al vijf jaar. Niet te geloven.


September 2014

Niet geschikt voor kijkers met een eetstoornis

Diane Keaton leed vier jaar aan boulimia, las ik op de website van LEF. Ik ben me in deze actrice aan het verdiepen, omdat ze in Annie Hall van Woody Allen zulke mooie kleren draagt. Keaton werd door die film uit 1977 een stijlicoon. Niet seks maar goede smaak is haar handelsmerk. Ze draagt steevast mannenkleren, speelt interessante vrouwenrollen en heeft humor. Ik wist niet beter of Keaton was een gezonde vrouw met een dito zelfbeeld. Nee dus. Boulimia. Minder Lees meer

In het autobiografische boek It wasn't all that pretty schrijft ze over die vier vernederende jaren. Lucky Diane. Zelf heb ik ruim twaalf jaar boulimia gehad. Het begon met een puntendieet uit de Libelle en eindigde bij een psychiater die me op mijn eigen verzoek antidepressiva gaf. Ik wilde de cirkel van eten en kotsen, eten en kotsen en eten en kotsen doorbreken en had ergens gelezen dat prozac wonderen deed voor eetverslaafden.
Sindsdien heb ik nooit meer een vinger in mijn keel gestoken en daar ook nooit meer de aandrang toe gevoeld. Ook niet nadat ik met de pillen stopte. Na het eten kwam weliswaar de alcohol, en nog steeds tel ik calorieën, maar dat is allemaal klein bier vergeleken bij het monster van een obsessie dat me twaalf jaar in zijn smerige klauwen had. Het is me nog steeds een raadsel waarom het zo lang heeft geduurd. Misschien had het te maken met de tijd van onwetendheid waarin ik leefde? Had je boulimia in de jaren tachtig, dan had je dikke pech, want nergens was fatsoenlijke informatie te vinden. Je kon het b-woord niet even intikken in je computer, je moest tussen de vreetbuien door naar de bieb en daar stond dan één boek over anorexia.
Als ik nu boulimia google, krijg ik 238.000 hits. Symptomen, zelftests, klinieken, tips, ervaringen, lotgenoten, glossy's, films. Op YouTube draait bijvoorbeeld de documentaire Mij Niet Gezien uit 2012. Een film die aandacht vraagt voor onzichtbare eetstoornissen zoals boulimia nervosa, waaraan alleen al in Nederland 160.000 vooral meisjes en jonge vrouwen lijden. Als ik een dochter met boulimia had, zou ik haar verbieden naar dit integere maar treurige portret van drie wanhopige meiden te kijken. De film biedt weliswaar veel herkenning maar geen greintje hoop. Het blijft bij omschrijven, benoemen, zuchten. In slow motion, zonder enig perspectief. Er wordt niet één keer gelachen. De muziek is loodzwaar.
Mij Niet Gezien is gemaakt in opdracht van Centrum Eetstoornissen Ursula. Opmerkelijk. Om niet te zeggen misdadig. Als behandelaar ben je mijns inziens verplicht om ten allen tijde optimistisch te zijn. Op je website, in brochures, maar ook in docu's die onder jouw naam de wereld ingaan. Optimisme is immers bepalend voor het succes van een behandeling. Ik geloofde destijds in die pillen en daarom hielpen die pillen mij. Het is dan ook Ursula's taak ervoor te zorgen dat boulimiameisjes geloven dat ze goed kunnen genezen. En daarom moet er als de wiedeweerga een vervolg op deze enkele reis naar de hel worden gemaakt. Inmiddels zijn we twee jaar verder. Hoe gaat het nu met Sandra, Rowena en Anneloes? Laat zien dat er een terugweg is verdorie. En snel een beetje. Geef die meiden een nieuwe rol in een andere film. Maak er drie gezonde vrouwen van.


Juli 2014

Bron van liefde en ellende

Het ging zoals die dingen gaan. Eerst lijkt het je helemaal niks, maar dan maakt iemand die je hoog hebt zitten er reclame voor en denk je: mmm, dat moet ik toch ook eens proberen. Zo kwamen bijvoorbeeld bier, hardlopen en de e-reader in mijn leven. En onlangs heeft de familieopstelling zich in het rijtje gevoegd. Familieopstelling? Softe hap. Niks voor mij. Dat dacht ik ook. Maar een vriend had tijdens zo'n familieopstelling ontdekt dat hij alles had gedaan om niet zijn eigen leven te hoeven leiden. En sinds die opstelling had hij al twee keer ergens ‘nee’ tegen gezegd. Een wonderbaarlijke genezing. Dat wilde ik ook. Want als er iets is dat mijn doen en laten heeft beïnvloed, dan is het mijn familie wel. Minder Lees meer

Dus googelde ik op een vroege zondagochtend ‘familieopstelling in Amsterdam’ en betrad ik twee uur later een theaterzaaltje om de hoek. De groep bestond uit drie begeleidsters, en drie vrouwen en vijf mannen op zoek naar inzicht. De een wilde weten wat zij voor haar manisch-depressieve moeder had betekend. De ander wilde erachter komen waarom de relatie met zijn stiefzoon zo was verslechterd. Ik en mijn issues waren als laatste aan de beurt. Aarzelend koos ik representanten voor mijn drinkende vader, tobbende moeder, broers, zussen en voor mezelf niet te vergeten. Een keurige 65-jarige huisarts speelde mijn doodgeboren zusje en een van de begeleidsters stelde mijn verongelukte jongste broer voor. Zij lag op de grond riep: ik ben niet dood, ik leef. Precies mijn broer. Daar kon ik wel om lachen. Maar al snel zat ik te sniffen. Iedere representant had namelijk zijn eigen aandoenlijke verhaal. Ik zag mijn vader letterlijk worstelen met zijn emoties en begreep ineens hoe eenzaam mijn zogenaamd sterke oudste zus moet zijn geweest. En mijn zwijgzame oudste broer begon vanuit het niets heel lief tegen mijn alias te praten. En ik (de echte) voelde niks dan warmte en begrip voor het zooitje dat daar stond en voelde me thuis als nooit tevoren. Na afloop ontsloeg ik iedereen uit zijn rol en fietste met een barstende koppijn naar huis. Grinnikend om mijn dode broer en vol genegenheid voor mijn vader.
Families zijn een even grote bron van liefde als van ellende. Dat hoef ik jullie niet te vertellen. Maar wat die opstelling me heeft laten zien, is dat niemand op zichzelf staat en ieders gedrag verklaarbaar en daardoor begrijpelijk is. En zodra je iemand begrijpt, kun je hem of haar en ook jezelf beginnen te vergeven. Appeltje, eitje; vertel eens iets nieuws. Maar wie slaagt daarin in het echte leven? Familieleden zien zoals ze echt zijn is door angst, woede, onbegrip of ander oud zeer het moeilijkste wat er is. Maar tijdens die familieopstelling, als toeschouwer, kostte me dat geen enkele moeite. En dat luchtte me enorm op. Ik kan deze methode afdoen als spirituele nonsens, maar daar heb ik helemaal geen zin in. Ik weet niet precies hoe het werkt of welke magie er aan te pas komt, maar het gaat zoals die dingen dus kennelijk gaan: toon mij uw wonden en u zult genezen. Bij thuiskomst heb ik meteen mijn oudste zus gebeld. Gewoon, om te vragen hoe het met haar is en om een beetje te lachen en te kletsen. Iets wat ik al heel lang niet had gedaan.


Mei 2014

Waarom schrijvers drinken

Ze raakte niet over hem uitgepraat en vroeg: ‘Is het gek als ik hem een verzamelcd’tje met mijn lievelingsmuziek opstuur?’ En zo kwam ik erachter dat mijn vriendin verliefd is op Karl Ove Knausgård, de aantrekkelijke Noorse schrijver die met zes dikke autobiografische romans de literaire wereld overhoop heeft geschreven. ‘Keihard en onverbiddelijk,’ aldus de pers. Maar ook aanbiddelijk, getuige de toestand van mijn vriendin. Huiverig voor bestsellers maar razend nieuwsgierig naar wat zij in hem ziet, begon ik Knausgård te lezen. Minder Lees meer

Na tien pagina’s was ik niet verliefd maar wel verslaafd. Ik gaf me over aan een leesbacchanaal en las Vader, Liefde, Zoon en Nacht, in een ruk uit. Vooral Vader hakte erin. Het gaat over de dood van Knausgårds tirannieke vader die na twee mislukte huwelijken bij zijn dementerende moeder intrekt om zich systematisch dood te drinken. Met nietsontziende pen beschrijft de schrijver wat hij en zijn broer in het huis van oma aantreffen. Lege flessen, etensresten, bloedvlekken, poepresten, met pis doordrenkte matrassen, bergen slijmerige vuile was. Alles leeg, kapot of aangetast. Ze besluiten te blijven om alle sporen uit te wissen. Al poetsend komen de kleinzoons erachter dat ook oma ‘van een glaasje houdt’. En zo gebeurt het dat ze zich samen met haar bezatten in het huis waar haar zoon en hun vader aan de alcohol gestorven is. Zijn lichaam is amper koud wanneer zij het ene glas wodka-Sprite na het andere naar binnen gieten, aanvankelijk beschaamd, maar allengs steeds vrolijker. ‘Aangespoord door het steeds sterker stralende licht van de alcohol, dat meer en meer van mijn gedachten uitwiste, sloeg ik langzamerhand de drank achterover alsof het sap was. En dan was er geen houden meer aan.’
Knausgård kan er wat van. En door Vader weet je waarom: het zit in de familie. Bovendien is hij als schrijver nog eens extra belast. Bijna alle schrijvers drinken. Niet zelden tot ze erbij neervallen. De Engelse auteur Olivia Laing wilde weten waar dat door komt. Onlangs verscheen Een uitstapje naar Echo Spring, over de tragische levens van onder anderen F. Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Tennessee Williams. Volgens Laing hebben deze drinkebroers ‘een deel voortgebracht van het allermooiste wat er in deze wereld geschreven is’. Toen ik die zin las wilde ik het boek aan de kant leggen. Ik zat niet te wachten op een verheerlijking van alcohol als creatieve motor. Maar ik zette door. Met stijgende jaloezie om eerlijk te zijn. Want wat een prachtig genuanceerde ‘roadmovie’ schreef Laing over de drankzucht van de door haar aanbeden schrijvers! Reizend door Amerika komt ze erachter dat schrijvers drinken om dezelfde reden als dat alle alcoholisten drinken: geen. Er is niet één reden. Het is altijd en opnieuw een mix van aanleg en omgeving die het breinmonster ofwel ‘het grote beest’ verwekt. Laing haalt hier Alan Leshner van het National Institute on Drug Abuse aan. Hij introduceerde vijftien jaar geleden het concept van de brain switch. Daarmee bedoelde hij het proces van waardevermindering van de goede dingen ten opzichte van dat ene. ‘In plaats van in je leven allerlei aangename, lonende, in het oog springende zaken te hebben, worden ze allemaal steeds onbelangrijker tot er maar één over is, en dat is de drug die je gebruikt. Alcohol.’
Een vergelijkbare geestvernauwing vindt natuurlijk ook plaats als je verliefd wordt op een Noorse schrijver. Maar dat beest leeft meestal niet zo lang, na twee jaar is er weinig van over. Het beest dat zich voedt met alcohol is daarentegen niet kapot te krijgen, zoals in Vader en Uitstapje naar Echo Spring maar weer eens duidelijk wordt. Maar Olivia Laing voegt daar nog iets aan toe. Zij eindigt haar boek met iets wat wij al lang weten maar niet vaak genoeg gezegd kan worden. Ze schrijft: ‘Aan het einde van de dag kun je niets anders dan jezelf vermannen, de brokstukken bij elkaar rapen. Op dat moment begint het herstel. Op dat moment begint het tweede leven: het goede.’


Maart 2014

Help

Stel, je bent vier jaar van de drank en in recovery, zoals dat zo mooi heet. Je komt iemand tegen. Je wordt verliefd. Je waagt de sprong. Maar die iemand drinkt. Zoals de meeste mensen doen. En stel nou, dat je daar toch de zenuwen van krijgt, wat doe je dan? Accepteren of verbieden? Zero tolerance of laissez aller? Minder Lees meer

1. Beste mevrouw, ik proef angst. U twijfelt aan uw eigen standvastigheid. En terecht, want eens verslaafd altijd verslaafd. Dus wees op uw hoede. U zit nu nog in uw wittebroodsweken: alles is nog tralala. Maar wat als u straks door uw eerste serieuze relatiecrisis gaat? Zal zijn innamepatroon dan nog ‘gemiddeld’ zijn? En blijft u dan zelf nuchter? Het zou zonde zijn als u via de liefde weer aan de drank zou raken. Sterkte ermee.
2. Hallo, hij weet toch wie je bent en waar je vandaan komt? Als alcohol geen must voor hem is, kan hij toch net zo goed solidair met je zijn? Probleem opgelost.
3. Volgens mij projecteer jij je eigen angsten op je geliefde en is er in feite niks aan de hand. Ik durf te wedden dat al jouw vrienden en familieleden ook de nodige alcohol drinken of ga je uitsluitend nog met geheelonthouders om? Hier is iets anders aan de hand, u zoekt naar mankementen. Verpest het niet. Ik zou bijna zeggen, drink een glaasje om te ontspannen. Zie maar waar het schip u voert dan wel strandt. Ik wens u een aangename reis.
4. Ik ben ook in recovery. En nu heb ik sinds een jaar een vriend die drinkt. Hij drinkt helemaal niet veel, maar als ie drinkt wordt ie zoals iedereen aangeschoten en dan lach ik me rot. Ik heb het heel kort met iemand van de meetings geprobeerd en dat was een complete ramp. Nu woon ik samen met een vriend die drinkt en ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Komt ook omdat ik weet dat als ik het niet trek en de drank uit huis wil, hij dat ook doet. Ga ervoor zou ik zeggen! Gaat het niet, dan heb je hem toch zo gedumpt?
5. Sorry, maar u stelt het wel heel straf. Accepteren of verbieden: weleens gedacht aan een middenweg? U zou bijvoorbeeld een afspraak kunnen maken, dat hij, als het nodig is, rekening met uw gevoeligheden houdt. En dat u, op uw beurt, minder panisch met de pleziertjes van de ander omgaat. Echte liefde is geven en nemen. En zeldzaam. Als je die vindt, moet je er zuinig op zijn.
6. Hoi, als alcohol een nieuwe drug zou zijn, zou het subiet verboden worden. Vervang rode wijn door cocaïne. Wat als je daarvan na veel ellende was afgekickt? Je komt iemand tegen die weliswaar niet elke dag maar toch nog met enige regelmaat een lijntje snuift. In jouw bijzijn. Hoe vind je dat? Je bindt kortom de kat op het spek. Dat je dat zelf niet ziet.
7. Ik zou hem lekker laten, ik ken alleen maar mensen die teveel drinken en daar geef ik hartstikke veel om.
8. Volgens mij maakt u van een mug een olifant. Pas maar op dat uw verkering niet de zenuwen van u krijgt. Misschien is hij wel van de zero tolerance. Dus stop met zeuren, geniet van uw nieuwe liefde en laissez aller.


Januari 2014

Topsport

Toen een kennis hoorde dat ik nog steeds niet drink, feliciteerde hij mij alsof ik zojuist de Elfstedentocht had uitgereden. Hij vergeleek mij met een topsporter en niet-drinken met een gevecht dat slechts door weinigen gewonnen wordt. Het was aardig bedoeld, maar waarom voelde het niet als een compliment? Misschien omdat ik topsport een lelijk woord vind. Misschien omdat het me doet denken aan Mart Smeets en aan eenzelvige types die nog bij hun ouders wonen en elke dag om zeven uur naar bed gaan om de beste in hun soort te worden. Als je dan toch wilt vergelijken, vergelijk dan het verslaafd-zijn met topstort. Qua lichamelijke afmatting en tunnelvisie passen die twee beter bij elkaar. Minder Lees meer

Dat werd maar weer eens duidelijk bij het zien van de The Wolf of Wall Street. Een film van Martin Scorsese over een geld-, drugs-, drank- en seksverslaafde financiële zwendelaar. De film is een drie uur durend bacchanaal met Leonardo DiCaprio in een prijswinnende hoofdrol. We zien hem onder andere coke snuiven uit de bilnaad van een prostituee en laveloos zijn eigen heli besturen. Zoals ik in een vliegtuig stijf in mijn stoel zit om de machine in de lucht te houden, zo zat ik in de bioscoop mijn adem in te houden om DiCaprio levend naar de aftiteling te loodsen. Een kwartier voor het einde kon ik het krankzinnige controleverlies niet meer aanzien, begon ik te hyperventileren, kreeg een paniekaanval en dacht dat ik doodging.
The Wolf is een hit. We smullen immers van mensen die hoeren en snoeren tot ze erbij neervallen. En ondertussen volgen we het broodloze zandloperdieet om minstens 120 jaar oud te worden. Onze obsessie met gezondheid enerzijds en bandeloosheid anderzijds kan niet beter geïllustreerd worden als met een recente lijst van de best verkochte boeken. Kris Verburghs De Voedselzandloper werd na 75 weken op nummer één te hebben gestaan ingehaald door Vechtlust, de geautoriseerde biografie van de twaalfvoudig international Fernando Ricksen, ‘wiens verslavingen bijna zijn ondergang werden’ aldus de achterflap.
De oud-voetballer mocht het boek over zijn turbulente leven komen presenteren bij De Wereld Draait Door. Dat deed hij met een dubbele tong. Niet van de drank, maar van de ALS. Eerder die dag had hij het doodvonnis gehoord. Drie dagen later kreeg hij een staande ovatie in het stadion van zijn oude club, de Glasgow Rangers. Er volgden steunbetuigingen van Sepp Blatter, van Dick Advocaat en van tienduizenden oude en vooral nieuwe fans. Want als je lijdt aan AlS, kanker of een andere erkende dodelijke ziekte kun je rekenen op een stadion vol steun en compassie. Maar waar waren de fans toen Ricksen vocht tegen zijn verslavingen? Drank, drugs, seks et cetera worden beschouwd als zelfgekozen vijanden. Als je daarmee worstelt en in het gunstige geval van wint, hoef je niet te rekenen op een felicitatie van de FIFA-voorzitter. Had je maar niet verslaafd moeten raken. Eigen schuld, dikke bult.
Ik geef het niet graag toe, maar ondanks alles wat ik heb geleerd over verslaving, betrap ik mezelf helaas nog te vaak op deze vastgekoekte misvatting. Ik vind het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat ik niet eerder gestopt ben met drinken. Ik ga er dus vanuit dat ik al die tijd dat ik excessief dronk een keuze had. Misschien kan ik daarom geen complimenten in ontvangst nemen: omdat ik mij net als de rest van de wereld schuldig maak aan het populaire victim blaming. Had ik maar niet verslaafd moeten raken. Eigen schuld enzovoort. Wanneer leer ik, wanneer leren wij voor eens en altijd in te zien dat een verslaving geen zelfgekozen tegenstander is? Elk gevecht ertegen verdient applaus. Ja, laten we klappen voor Ricksen, niet omdat hij geheid gaat verliezen van ALS, maar omdat hij ooit gewonnen heeft van alcohol.