Mariette Wijne

November 2013

Beeld

Ik moest op de foto. Met alles erop en eraan. Make-up, haren, kleren. En die foto zou verschijnen bij een artikel over vrouwen die opzien tegen de feestdagen. Vrouwen die niet normaal kerst kunnen vieren omdat ze bijvoorbeeld boulimia, anorexia, een maagband of alcoholprobleem hebben. Je vraagt je af of vijfduizend calorieën en drie flessen wijn per persoon wél normaal zijn, maar à la. Minder Lees meer

Ik moest dus op de foto. Dat had ik eerder gedaan. Daar had ik slechte herinneringen aan. Destijds wilden ze dat ‘de alcoholiste’ in minirok over de bar zou kruipen, onderweg wat klauwbewegingen makend. Sindsdien wil ik van te voren weten hoe ze me hebben willen. In wat voor context? In welke kleren? De styliste, een schat van een vrouw, zei dat het om een stijlvol portret ging. Ze vroeg of ik zelf een outfit in gedachten had. Dat had ik. Iets bedeesds, iets onopvallends. ‘Een beige wollen truitje of zo, want ik wil graag serieus genomen worden.’ Prima. Ze had het begrepen.
Op een zonnige vrijdagmiddag fietste ik naar de fotostudio. De vijfkoppige crew gaf me een warm onthaal. De dames van de make-up knepen in mijn krullen. De knappe fotograaf vroeg wie ik was. ‘Ik ben de alcoholist.’ Stonden ze eerst nog in een knusse cirkel om me heen, nu deinsden ze toch een beetje achteruit. Ik dacht: daar gaan we weer. Ik ga zo zeggen dat alcoholisme in de beste families voorkomt en zij gaan mij de drie controlevragen stellen. Hoeveel dronk je? Dronk je ook overdag? En in je eentje? Vervolgens zou het gesprek buiten mij om worden gevoerd. Want de ze willen niet weten hoe het met mij gaat. Ze zijn benieuwd naar hun eigen drankgebruik. Moeten ze zich zorgen maken of kunnen ze lekker door ‘genieten’? En daar hebben ze mij voor nodig. Ik moet hen geruststellen. Zij denken dat als je alleen voor de gezelligheid drinkt, er niets is om je zorgen over te maken. Soms laat ik ze in die waan. Soms sla ik ze om de oren met afschuwwekkende feiten en angstaanjagende ziekterisico’s. Omdat ze echt aardig waren, koos ik voor het eerste en schakelde al vrij snel over in de entertain-stand. Dat gebeurt als meer dan twee personen naar me staan te kijken.
En al die tijd zaten ze aan mijn haar te frunniken en mijn gezicht te doen. Binnen een halfuur was ik lichtjaren van mijn eigen uiterlijk verwijderd. Niks bedeesd of serieus. Maar opzichtig, tegen het dellerige aan. Bij die felroze lippenstift en dikke rouge stak dat wollen truitje maar flets af. Het enige wat de boel visueel nog in balans kon houden was een felblauw glittervest. En daarmee was mijn hoop op het ingetogen portret van de gelouterde vrouw definitief vervlogen. Missie mislukt.

Op de fiets naar huis voelde ik me leeg en verdrietig. Wat was er nou misgegaan? Ik had te veel gepraat, te hard gelachen en te weinig over de ziekte alcoholisme uitgelegd. Bovendien had ik niet ingegrepen toen ze zeiden ‘felroze’ en had ik zelf dat vest uit het rek gepakt. Vroeger had ik op een dag als deze veel moeten drinken om het gat te vullen en de eeuwige schaamte weg te spoelen. Nu restte me niks anders dan doorfietsen en relativeren. Misschien hebben een paar lezers iets aan mijn verhaal? En waarschijnlijk vindt mijn moeder die foto’s heel leuk. ‘Fris!’ Ik hoor het haar nu al zeggen. Met de kerst ben ik trouwens bij haar. Met op het menu: koffie, Sissy en Rummikub. Daar zie ik absoluut niet tegenop.


September 2013

Ouders

Toen mijn moeder eenmaal doorhad dat het stekje in mijn tienerkamer het prille begin van een wietplantage betrof, heeft ze het met pot en al in de vuilnisbak gemieterd. Ik was kwaad, maar toch hebben we er nooit met een woord over gesproken.
Ik dacht ineens weer aan die wietplant toen een collega van mij over zijn bezoek aan de sauna vertelde. Hij had er zwetend een gesprek opgevangen tussen een moeder en een zoon. “Waren die samen in de sauna?” Vroeg ik geschokt, maar daar ging het volgens het hem niet om. Het ging over het onderwerp dat ze bespraken. Hij hoorde hoe de jongen zijn moeder vertelde dat hij depressief was door alle pillen die hij tijdens Lowlands had geslikt. Minder Lees meer

Dat ze daar openlijk over praatten, vond mijn collega het summum van een goede band tussen ouder en kind.
Zo meteen ga ik terug naar die sauna. Maar eerst nog even iets over een vriendin, of liever over haar puberzoon van negentien die ik al jaren niet fris of vrolijk heb gezien. Telkens als ik bij hen op bezoek ben, komt hij net uit bed met een gigantische kater. Mijn vriendin kan daar prima mee leven. Ze haalt en betaalt het bier dat zoonlief en zijn vrienden tot het laatste flesje opdrinken voordat ze naar het café toe gaan. Zo gaat dit al jaren. Zij maakt zich geen zorgen. Ze zegt: “Dit hoort erbij. Hij is nog jong.” Precies, zeg ik dan: “Hij is nog jong. Zijn brein is zo plastisch als de neten. Daar moet je niet mee spotten. Hoe later ze beginnen met drinken, hoe kleiner de kans op schade en verslaving, et cetera.” Daarna volgt meestal dezelfde reprimande. “Kom op, wij zijn toch ook jong geweest? Hoe vaak zijn jij en ik niet tot het gaatje gegaan?”
Daar valt geen speld tussen te krijgen. Toch zint haar antwoord mij niet. Ik vind dit soort verzachtende woorden vreemd voor ouders die vanaf hun geboorte het allerbeste voor hun intens gewenste ‘kids’ hebben gewild. De hipste kleren, de vrijste school, de leukste vrienden. Ze liepen hand in hand de avondvierdaagse, ze sjouwden samen alle mogelijke opleidingen af. Elk mankement is uitvergroot en gelabeld. Bijles, medicijnen, therapie, persoonsgebonden budgetten: kosten noch moeite zijn gespaard om kinderen te laten floreren en ze te helpen het beste uit zichzelf te halen. Maar datgene waarvan iedereen zo onderhand kan weten dat het onherroepelijke schade aan dat schitterende brein aanricht, wordt als een doodnormale stap op de weg naar volwassenheid afgedaan.
Ondertussen heb ik makkelijk praten. Ik heb geen kinderen. Waar bemoei ik me mee? Maar van een afstand zie je beter wat er niet klopt. Het normaal vinden dat je kind zich laveloos drinkt, het babbelen over een pilletje als was het een patatje, is wat er niet klopt. Of ik klink ik nu als mijn moeder? Dat is het natuurlijk! We wringen ons allemaal in bochten om maar niet op onze ouders te lijken. Daarom ga je met je kind naar de sauna en stel je je op als vriend. En die veronderstelde gelijkheid is de dood in de pot. Ik bedoel: als je je zoon of dochter als een volwassen gesprekspartner ziet, dan kun je inderdaad moeilijk zeggen: je bent mijn kind, ik maak me grote zorgen, ik verbied het je om twintig bier op een avond te drinken. In een gelijkwaardige relatie kun je de ander niet de les lezen of domineren. Dan is het schipperen geblazen. Zoals die moeder in de sauna vermoedelijk doet. Zij denkt: hij is tenminste eerlijk, zolang hij nog met me praat, is het goed. Zij heeft een punt. En ik maak me zorgen. Om al die dolende kinderen en hun al dan niet verontruste ouders.


Juli 2013

Roes

Een vriendin zei dat ik Millie van Helen Walsh moest lezen. ‘Drank, drugs, seks. Lijkt op Trainspotting maar dan met een vrouw in de hoofdrol. Echt iets voor jou.’ ‘Ik ben benieuwd,’ zei ik zo opgewekt mogelijk. Een dag later later lag het boek bij me op de mat. Daar liet ik het weken liggen. Too hot to handle. Hetzelfde gebeurde met A.F.Th.’s Tonio. Vrienden en bekenden smeekten me om het te lezen. Van mijn moeder – ze ziet amper nog letters maar heeft Tonio in twee dagen verslonden – mocht ik de gebonden versie lenen. Die ‘vergat’ ik keer op keer. Het boek is namelijk met een pen gedoopt in alcohol geschreven. Op elke bladzijde rinkelen de ijsblokjes en daar kan ik niet tegen. Minder Lees meer

Ook films met drinkende hoofdpersonen verdraag ik niet meer. The Lost Weekend, Under the Vulcano, Barfly, Leaving Las Vegas, De helaasheid der dingen: ik hoef ze nooit meer te zien. En hoezeer ik ook van Mad Men houd, ik word niet goed van de vele glazen whiskey die die reclamejongens en -meisjes drinken en ik hoest bij elke sigaret die wordt gerookt.
Hoe zou het komen dat roesboeken en -films mij zo zwaar vallen? Is het omdat ik bang ben in de verleiding te komen? Of is het omdat ik de verslaving voorbij ben en het thema me niet meer interesseert? Geen van tweeën. Want wat gebeurt er bij de aanblik van Millie op mijn deurmat? Ik krijg een onbehaaglijk gevoel in mijn buik en in mijn wangen. Een fysieke sensatie die maar op één manier kan worden uitgelegd: schaamte. Ik schaam mij voor mijn drankverleden. Ik schaam mij voor wie ik toen was, of beter gezegd, voor wie ik toen niet was. Ik geneer me voor die miezerige jaren van verdoving en stilstand. Daarom lees ik die boeken niet, omdat ze me een spiegel voorhouden waar ik niet graag in kijk.
Maar dat is geloof ik niet het enige. Het is namelijk ook nog eens zo dat een roes weliswaar bedwelmend is om in te verkeren, maar ontstellend saai om over te lezen of naar te kijken. ‘In die dagen dronken we als gekken, maar niemand kwam met iets nieuws,’ dat zijn zo'n beetje de eerste zinnen van de film The Great Gatsby en die slaan wat mij betreft de spijker op zijn kop. Roes is een plaat die blijft hangen. Roes leert niet dansen of boksen. Roes beklimt geen bergen en Roes redt geen mensen uit een brandend gebouw. Roes heeft geen hoop maar hangt op een barkruk en gaat nergens heen. Ja, naar de klote. Tenzij... Tenzij de schrijver of regisseur zijn hoofdpersonage genadig is en hem het inzicht geeft dat het zo niet langer kan. Meestal zien we hem (of haar) daarna fris gewassen in een zaaltje met lotgenoten zitten. Gister zag ik weer eens zo'n scène. In Café de Flore gaat een hippe Canadese deejay (drank en drugs) met zijn vader (drank) naar een meeting. Beiden zijn in recovery, beiden hebben het moeilijk. Ze gooien met laptops of reageren de stijgende spanning af op hun huisgenoten. Hoogste tijd om weer eens naar de AA te gaan. Ik had het eerst niet in de gaten, maar die scène maakte me verdrietig en jaloers. Jaloers op de getoonde solidariteit en geborgenheid. Tijdens de aftiteling drong het tot me door dat het voor mij misschien ook weer eens tijd is om naar een meeting te gaan en lotgenoten op te zoeken. En dan niet als een stiekeme journalist die geïnteresseerd is in andermans verhalen, maar als een rusteloze alcoholist die het bij tijd en wijlen moeilijk heeft.


Mei 2013

Pap

Ik had ooit een vriendje dat tegen mij zei: ‘Jij lust er wel pap van.’ Hij had ongelijk. Ik was niet verslaafd aan het, ik was verslaafd aan hem. Een wezenlijk verschil. Ik moet verliefd zijn, anders lukt het niet. Als ik niet verliefd ben, ben ik te kritisch en dat bederft de pret. Wat voel ik nou? Hoor ik dat goed? En hup, daar vervliegt het verlangen. Maar ik heb vrienden, zowel mannen als vrouwen, die geen moeite hebben met seks om de seks. Integendeel. Ze vinden een nacht of nummertje met een vreemde het lekkerste wat er is. Sommige van hen kunnen, als ze dat zouden willen, zelfs dagelijks aan anonieme seks komen. Dan gaan ze gewoon naar een homobar met darkroom en kunnen er daarna weer een poosje tegenaan. Seks als koffie. Zijn zij verslaafd? Minder Lees meer

‘Ja!’ geeft een van hen soepel toe.
‘Vind je dat echt?’ vraag ik door de telefoon.
‘Ja, af en toe.’
‘Luister, je kunt niet af en toe verslaafd zijn. Je bent het of je bent het niet. Dat jij zo nu en dan de onbeheersbare drang voelt om naar “de mannen” te gaan, wil toch niet zeggen dat je hele leven in teken van seks staat? Heus, je overdiagnosticeert. Je plakt een label waar het niet hoort. Eens in de zoveel tijd een leerfeest bezoeken is niks om je zorgen over te maken. Wees blij dat je zo schaamteloos kunt genieten. Mensen met een seksverslaving, die, die ... ’
En toen viel ik stil, want wat weet ik er nou eigenlijk van? Drinken, roken, eten: dat zijn mijn verleidingen. Gamen, gokken en seks om de seks laten me siberisch.
Nadat we kibbelend hadden opgehangen maakte ik een rondje op internet. Daar waren ze. Bill Clinton, David Beckham, Dominic Strauss Kahn, David Prataeus en onze eigen Jack de Vries. IJdele mannen die zich net als de rest van de bevolking niet konden beheersen maar zo stom waren om zich te laten betrappen of verraden. Ongeloofwaardige persconferentie van Tiger Woods. Hij ging en plein public met de billen bloot en gaf toe hulp nodig te hebben. Zijn verklaring voor zijn seksuele appetijt luidde: ‘Ik had zo hard gewerkt en wilde me geen enkel pleziertje ontzeggen. Ik vond dat ik daar recht op had.’
Bingo, Tiger! Want als er iets is waar seks goed voor is, dan is het voor dat magische gevoel van beloning. Hersenscans tonen dat ook duidelijk aan. Zodra de spanning stijgt valt de schelle tl-lamp boven de corveelijst van het leven uit en floept de feestverlichting aan. Het verdovende effect van seks toont zich zo helder als kristal. Zou het een nieuwe drug zijn, dan zou het onmiddellijk verboden worden. Toch staat seksverslaving juist vanwege onbetrouwbare onderzoeksresultaten niet in de nieuwe DSM. Een misser volgens specialisten. Zij schatten dat Nederland 300.000 seksverslaafden kent. De symptomen zijn dezelfde als van elke andere verslaving. Wat aanvankelijk zoveel plezier verschafte is een kwelling geworden, met de gebruikelijke shit van dien: kapotte relaties, financiële problemen en een beschadigde gezondheid. De onderliggende oorzaak is vaak een intimiteitsprobleem.
Na dit gevonden te hebben, belde ik mijn vriend met de verlossende diagnose.
‘Goed nieuws. Je bent gezond.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat je de telefoon opneemt. Als je verslaafd was, zou je geen geld meer hebben voor zo’n duur abonnement, omdat je al je geld naar de chatroom had gebracht. Of je zou hem niet horen omdat je met gevaar voor eigen leven op een parkeerplaats langs de A2 aan het cruisen was. Of je zou hem uit hebben staan vanwege je dappere intakegesprek bij de ontwenningskliniek. Zolang je mij drie keer per dag opneemt en nog altijd meer geld uitgeeft aan Boheems glas dan aan prostitués, ben je veilig. Sorry old chap, je bent niet verslaafd. Je lust er soms pap van. Maar dat is wat anders.’


April 2013

De liefste man van de wereld

Kees was zo’n beetje de eerste die reageerde op mijn boek. ‘Schitterend boek. Dankjewel.’ Een paar weken later stuurde hij nog een mail: ‘Dertig dagen niet gedronken. Dankjewel.’ Ook toen hij twee maanden, drie maanden en vervolgens honderd dagen nuchter was, liet hij me dat weten. In totaal heb ik zes mails van Kees van Dongen gekregen. De laatste was door zijn vriendin geschreven. Ze had Kees dood gevonden. Vermoedelijk gestorven aan een maagbloeding. Als ik nog iets wilde weten, kon ik haar mailen. Minder Lees meer

Wat wilde ik nog weten? Ik kende Kees niet. Ik wist niet wat hij deed, met wie hij leefde of hoe oud hij was. Nieuwsgierig naar de man van weinig woorden, had ik zijn veelvoorkomende naam weleens gegoogled en hem vervolgens aan tweedehandsbrommers gelinkt. In al mijn bevooroordeeldheid had ik hem met bierbuik en afgezakte broek in een Brabantse volkswijk gesitueerd, waar iedereen een trainingspak draagt en het frituurvet altijd op temperatuur is. Ik zag hem te midden van rokende vrouwen in roze leggings die brutale kinderen tot de orde roepen enzovoort. Het is ongelooflijk. En helemaal onvergeeflijk. Maar ik deed dus niks. Geen condoleance, geen sterkte met uw verlies.
Ik weet niet waar ik het aan heb verdiend, maar onlangs kreeg ik de kans om die beschamende nalatigheid goed te maken. Kees’ vriendin belde me namelijk op. Zomaar, op een zaterdagochtend. Ze nam mijn excuses in ontvangst en sprak daarna een uur over haar leven met ‘de liefste man van de wereld en de beste partner die je je wensen kunt.’ Kees was geschiedenisdocent, had humor, schreef gedichten, zong in een koor, speelde trompet, was knap om te zien en kon ook nog eens heel lekker koken. ‘Hij was perfect,’ zei ze, ‘op dat ene na.’ Alcohol had hem zijn huwelijk en zijn baan gekost. Maar zij had hem naar de AA gekregen... en ook regelmatig naar de kliniek gebracht. Bij Al-Anon voelde ze zich een buitenbeentje, omdat haar partner nog leefde en dronk. Na zijn afdalingen in de diepte bracht zij de lege flessen weg en verschoonde de lakens. In het ergste geval lieten ze zijn bank opnieuw bekleden. En dan konden ze er weer een poosje tegen. Er waren vakanties met de caravan en weekendjes met haar kinderen en kleinkinderen, want zijn dochters wilden hun vader niet meer zien. Ze waren wel op de begrafenis, samen met hun moeder, Kees’ ex-vrouw, die de onwetende aanwezigen fijntjes op zijn verslaving wees.
‘Maar het ging toch juist weer goed met hem? Hij hield me op de hoogte.’
‘Ik heb een dagboek uit die tijd gevonden, waarin hij zijn nuchtere dagen bijhoudt. Onbegrijpelijk, want in het echt ging het juist bergafwaarts met hem. Hij trok zich steeds vaker en langer terug om te drinken. Toen ik hem vond, was hij al een paar dagen dood.’

Dit telefoongesprek vond plaats kort nadat ik een vriendin had opgebiecht ‘niet meer zo met alcohol bezig te zijn’. ‘Dan kan je misschien wel weer eens een wijntje drinken?’, was haar voorspelbare reactie. Dat zou ik kunnen doen, ware het niet dat er elke dag meer dan één Kees aan de gevolgen van een alcoholverslaving sterft en dat er elke dag meer dan één vriendin de liefste man van de wereld moet missen. Dan is het dus niet de bedoeling dat ik ga experimenteren met glaasjes op feestjes. Maar dan bied ik Kees mijn excuses aan voor mijn vooroordelen en zijn vriendin voor mijn nalatigheid. En doe ik mijn best om bij de les te blijven. Zoals Kees mij kort na publicatie van mijn boek een hart onder de riem stak, zo heeft hij dat een jaar na zijn dood nog een keer gedaan. Het was zijn vriendin die belde, maar de boodschap kwam van hem.


Februari 2013

Goeroe

Anders dan zijn Indiase ouders en grootouders gelooft de Amerikaanse filmmaker Vikram Gandhi (1980) niet in goeroes. Volgens hem maken ze misbruik van de goedgelovigheid van anderen. Om de goeroeleugen door te prikken besluit hij zelf goeroe te worden. In de schattige documentaire Kumaré (2011) is te zien hoe hij zijn baard laat staan, een sari omwikkelt en in het yogawereldje van Albuquerque infiltreert. Hij wordt daarbij geholpen door twee lenige meiden die als tolk fungeren, want om authentiek over te komen heeft Vikram het brabbel-Engels van zijn oma aangemeten. Minder Lees meer

Als goeroe Sri Kumaré verzamelt hij al snel een groepje volgelingen om zich heen die iets goddelijks in hem zien. Door in hem te geloven slagen ze erin hun eigen leven te verbeteren. Een advocate van ter dood veroordeelden betaalt haar schulden af. Een belabberde echtgenoot slaagt erin om elke dag iets aardiger voor zijn vrouw te zijn. En een gescheiden moeder van drie kinderen raakt 32 kilo kwijt. Kumaré zegt dat zij dit aan zichzelf te danken hebben. Hij hamert erop dat hij een illusie is en dat zij geen goeroe nodig hebben omdat ze hun eigen goeroe zijn. Voor zijn volgelingen zijn die woorden juist het bewijs van zijn wijsheid. Kumarés illusieleer gaat erin als koek. Wat hij ook zegt, ze blijven hem aanbidden. Op de avond dat Kumaré zichzelf wil ontmaskeren, klapt ie dicht. Hij heeft er de grootste moeite mee om de aanwezigen teleur te moeten stellen. Daarbij komt dat hij langzaam maar zeker in zijn eigen creatie is gaan geloven. De goedlachse Sri Kumaré heeft ook in hem het beste naar boven gehaald.
Pas een maand na het afscheid van de groep, durft hij de confrontatie aan. Eerst legt hij per video uit wat zijn bedoeling was, daarna stapt hij gladgeschoren de yogaruimte binnen. De spanning is om te snijden. Sommigen lopen woedend de zaal uit, anderen vliegen hem huilend om de hals. De aftiteling van de documentaire meldt dat Vikram met tien van veertien volgelingen nog regelmatig contact heeft. Enkele van hen dichten hem nog steeds bijzondere gaven toe. Terecht. Vikram lijkt namelijk echt om die mensen te geven en heeft ze als nepgoeroe geen kwaad willen doen. Een gave waar de gevallen verslavingsgoeroe Keith Bakker een puntje aan kan zuigen. Hij bekommert zich slechts om één slachtoffer en dat slachtoffer is hij zelf. Vanuit de penitentiaire inrichting in Lelystad liet hij weten in een hel te leven. Niet door schuldgevoelens of schaamte, maar omdat hij er als zedendelinquent geen leven heeft. Op keithbakker.nl is te lezen welke muziek hem door deze moeilijke periode loodst. Zijn laatste bericht is tevens een roep om aandacht: ‘Gebrande cd’s en boeken ontvang ik niet, kaarten en brieven wel.’ Gevolgd door het adres van de gevangenis.
Keith Bakker mag de komende tien jaar niet als hulpverlener aan de slag. Een vreemde uitspraak, want dat is hij nooit geweest. Keith Benjamin Bakker was geen hulpverlener maar een goeroe. En daar heb je geen enkel diploma voor nodig, een paar wanhopigen die voor hun geluk of genezing op jou vertrouwen volstaat. Bakkers advocate zegt dat de slachtoffers zich aan zijn voeten hebben geworpen en dat haar seksverslaafde cliënt die verleiding niet kon weerstaan.

Uiteindelijk zijn deze advocate en haar cliënt zo verstandig geweest om het hoger beroep tegen de beschuldiging van verkrachting te laten voor wat het is. In plaats van ‘tijd te besteden aan dingen die niet zijn gebeurd,’ zegt Bakker aan zichzelf te willen werken. Wat jammer dat hij geen dvd’s mag ontvangen. Anders had ik hem Kumaré gestuurd.