Mariette Wijne

December 2012

Rolmodel

Toen ik las over haar dood, was ze al begraven. Sylvia Kristel. Ik sprak erover met een vriendin. Die haalde onverschillig haar schouders op. Ze vond het geen goed actrice en wist – met lichte triomf in haar stem – te vertellen, dat de kranten dat ook hadden geschreven: mooi, maar geen goed actrice. Mooi? Sylvia Kristel was prachtig. Zoals ze met dat korte haar in die wereldberoemde rotanstoel zit! Geen grotere schoonheid dan Sylvia Kristel, vooral in die rol van Emmanuelle. De softe seksfilm waarin ze glorieerde trok 350 miljoen mensen naar de bioscoop, onder wie – voor het eerst in de geschiedenis van de erotische cinema – ook vrouwen. Stel je voor dat honderden miljoenen mensen je naakt hebben gezien. Wat doet dat met een mens? Minder Lees meer

Niet veel goeds kennelijk, want Sylvia’s leven liep vervolgens niet over rozen. Dat deed het overigens ook al niet voordat ze een ster werd. Een alcoholische vader en jaren op kostschool hadden hun destructieve werk al gedaan voordat ze door Hugo Claus werd aangespoord om voor de camera uit de kleren te gaan. Een paar jaar waren ze samen. Er bestaat een even schitterende als onheilsspellende foto waarop ze samen op bed liggen. Zij naakt en zwanger van hem. Hij volledig gekleed met zijn schoenen nog aan. Die foto lijkt een voorafkondiging van het onevenwichtige leven dat haar verder nog te wachten stond. Voor haar was het megasucces geen genoegdoening maar een springplank naar een hoop ellende, in de vorm van verslavingen aan drank, drugs en foute mannen. In interviews leek ze altijd aan het bijkomen van een scheiding, detox, faillissement, kanker, de dood van een geliefde ... ‘Trieste hel,’ kopte de Privé in de week na haar overlijden. Benieuwd wat ze daar zelf op geantwoord zou hebben. Want als er iemand was die op weergaloze wijze de, al dan niet over zichzelf afgeroepen, rampspoed waardig wist te dragen dan was het Sylvia Kristel wel. Dat deed ze met stijl en zelfspot. Met overacted understatement. Misschien boterde het daarom wel niet tussen haar en de Nederlandse pers. Ze was ongrijpbaar. En daar houden wij niet van. Onze sterren moeten beschikbaar zijn en lekker gewoon blijven. En Sylvia was allesbehalve gewoon. Ze acteerde in seksfilms, vond zichzelf ongeschikt als moeder en vluchtte in drank en drugs. Daar maak je als vrouw geen vrienden mee. Ongewoon was ook een interview met haar in De wereld draait door, naar aanleiding van de in 2007 verschenen biografie Naakt, waarin ze ruiterlijk toegaf onthutst te zijn door het lichamelijk verval. Ze deed niet aan botox of plastische chirurgie, maar onderging 35 bestralingen en accepteerde wat ons vroeger of later allemaal overkomt: aftakelen. Die stijlvolle buiging voor het onvermijdelijke, nam haar voor me in. Sylvia Kristel had de zeldzame moed om onderuit te gaan. Misschien geen groot actrice, maar zeer overtuigend als vrouw die ondanks schade en schande overeind is blijven staan.


Oktober 2012

Mindfulness

Zoals een vriendin erover vertelde, leek het dé oplossing voor mijn problemen. Een groepscursus Mindfulness, op basis van het boek Voluit Leven. Volgens haar hoefde ik alleen maar even een formuliertje op de site van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in te vullen en dan zou ik snel met mijn eeuwigdurende angst- en paniekaanvallen aan de slag kunnen. Ik zou ze leren hanteren. Nee, beter nog: leren accepteren! Een lokkend perspectief. Minder Lees meer

Ik had mijn nieuwe yogabroek al in huis toen ik een retourmail van de betreffende club ontving. Of ik de meegezonden vragenlijsten (meervoud!) wilde invullen en of ik in hun virtuele agenda een datum wilde prikken voor een intakegesprek. Intakegesprek? Daar had mijn vriendin niets over verteld. Intake ruikt naar therapie, iets wat ik nooit meer wil. Waarom ik dan toch een afspraak maakte? Het is me een raadsel. Ik probeerde er op de valreep nog onderuit te komen en vertelde de secretaresse dat ik me overhaast tot haar organisatie had gewend en afzag van de cursus. ‘Oh, maar het is een prachtige cursus,’ zei ze enthousiast. ‘U bewijst uzelf een grote dienst wanneer u toch tot deelname overgaat.’
En dus stapte ik diezelfde avond uit een lift op een donkere en verlaten afdeling van een groot anoniem gebouw in een buitenwijk waar ik anders nooit kom. Uit het duister dook een studentikoze figuur op die me vroeg in een kamertje te wachten op de consulent. Consulent? Nog iets waar ik niet om had gevraagd. Deze vrouw informeerde naar mijn onbehagen en observeerde me met een uiterst neutrale gezichtsuitdrukking. Geen lachje. Geen knikje. Niks. Daar werd ik zo zenuwachtig van, dat ik ternauwernood kon voorkomen dat ik in een hardcore angst- en paniekklasje werd ingedeeld. ‘Maar wat had u dan in gedachten?’, vroeg zij verbaasd. ‘Voluit leven, in een groep,’ stamelde ik. ‘Maar die groepen beginnen pas na de vakantie. Wat ik u nu kan aanbieden is een individueel traject. Dan heeft u per e-mail of telefoon contact met een coach. Wilt u dat?’
Nee, maar inmiddels ben ik toch in hoofdstuk zeven van Voluit Leven en heb ik vier telefonische consulten achter de rug. Het goede nieuws: ik ben over de helft. Het slechte nieuws: ik begrijp er geen bal van. Niet van mindfulness noch van de behandelingsmethode. Het lijkt namelijk niet de bedoeling dat ik ook iets zeg; al mijn formuleringen worden omgedraaid, leeggeschud en verfomfaaid teruggegeven, met als concluderend mantra: ‘Dat is jouw gedachte, niet de waarheid.’ Mindfulness mag dan de kunst van het niet-oordelend observeren zijn, in de stem van mijn coach klinkt wel degelijk ergernis en ongeduld door. Hij stoort zich aan mijn mooipraterij. Of, om het in mindfulness-taal te zeggen: ik heb de gedachte dat hij vindt dat ik me aanstel. Dan wil ik hem vertellen over de diepe val in mijn eigen graf, elk nacht weer, maar daar heeft hij natuurlijk geen boodschap aan. ‘Dat is jouw beleving, niet de waarheid.’
Aaaggghhhhhh!
En ondertussen is het herfst en zijn in warm gestookte, gezellig verlichte buurthuizen groepen van start gegaan, waarvan de leden met elkaar in baarmoederlijke geborgenheid en intense saamhorigheid hun angsten en neurosen leren omarmen. Terwijl ik met hartkloppingen het volgende consult afwacht. In mijn eentje. Ach, dronk ik nog maar. Dan zou ik a. die angst en paniek er eenvoudig onder houden, en b. niet de hele tijd aan mezelf hoeven werken.


Augustus 2012

Is dat erg?

Lang geleden dat ik weer eens in een gezelschap drinkers was. Geen drinkers in de zin van fulltime tankers, maar drinkers in de zin van doorsnee levensgenieters. Gezonde mannen en vrouwen die bij de geringste gelegenheid het glas heffen. Vrije mensen die gevraagd naar wat ze willen nuttigen, antwoorden met: ‘Als er maar alcohol in zit.’ Zij maakten een wandelreis waarover ik moest schrijven en hadden de eerste groepsdynamiek al achter de rug toen ik met mijn blocnootje arriveerde. Ze hadden net gegeten. Op de lange tafel stonden halflege flessen. Snel omgerekend: drie glazen wijn de man. Dat viel mee. Onmogelijk dat de groep uit louter matige drinkers zou bestaan. Op een gezelschap van twaalf volwassenen is er, statistisch gezien, minstens één die tot het gaatje gaat. Minder Lees meer

Binnen een kwartier wist ik wie. Terwijl de meesten op tijd naar bed gingen om uitgeslapen aan de dageraadwandeling te beginnen, bleven twee vrouwen achter. Ze kropen dicht bij elkaar en maakten samen de overgebleven wijn soldaat. Lachend, stem verheffend, glazen omgooiend, elkaar interrumperend en mij om de slok vragend of ik ook iets wilde drinken. Ik vond het vermakelijk en voelde me – nog steeds – thuis tussen de doorzakkers. Dus toen we elkaar amper zes uur later weer troffen, riep ik fris en monter: ‘GOEDEMORGEN!’. Ze knepen hun ogen dicht tegen het lawaai en leken me amper te herkennen. Terwijl we kort ervoor toch nog samen om de tv-serie Allo, allo hadden zitten lachen. Niets wat zo’n band schept als om de beurt Reu-né zeggen. Van een band was echter geen sprake. Althans niet van een wederzijdse. Geen twinkeling van herinnering, maar de bloeddoorlopen oogopslag van een door een kater geplaagde vrouw. Tijdens de tocht deden ze er het zwijgen toe. Pas tijdens het eten werd ik weer aangesproken. ‘Mariëtte, rood of wit?’ ‘Water,’ dank je wel. Twee minuten later. ‘Mariëtte, heb jij nog niks te drinken?’ ‘Nee, dank je, ik hoef niet.’ Een halve minuut verder: ‘Wat mag het voor je zijn? Rood of wit?’ Gefluister een paar stoelen verderop: ‘Hoeft Mariëtte niks te drinken?’ ‘Ik heb het haar gevraagd, maar ze wil niet.’ Na het voorgerecht: ‘Mariëtte, kan ik inmiddels iets voor je inschenken.’ ‘Nee, echt niet.’ Opgetrokken wenkbrauwen die om een verklaring vroegen. De volgende dag hetzelfde laken een pak. Het begon kortom een ding te worden, dat water van mij. En toen heb ik het verteld. Het grote HET. Het: ik drink niet. ‘Ook geen glaasje wijn?’ Dus toen maar het hele verhaal. Ik zei dat ik vroeger meer dan genoeg heb gedronken en dat ik er drie jaar geleden mee ben gestopt. Na die mededeling werd er anders naar me gekeken. Medelijdend. Het hoofd een beetje scheef, een flauwe glimlach om de mond. De zinnen werden korter, woorden steeds duidelijker gearticuleerd, zoals wanneer je tegen een mevrouw met een hoofddoek of rolstoeler praat. Mijn imago van avontuurlijke journalist was in één klap veranderd in dat van een sneue ex-alcoholist. Categorie: ‘het ga je goed’, in plaats van, ‘we houden contact’. Een jaar geleden zou ik me daartegen verzet hebben. Dan zou ik geprobeerd hebben om met genetica, statistiek en allerhande vergelijkingen alcoholisme in het algemeen en dat van mij in het bijzonder te nuanceren. Maar de onwetendheid en de vooroordelen zijn zo groot, dat ik er soms de puf niet meer voor heb. Google het zelf maar uit. En dus laat ik me bejegenen als een paria. Daar staat wel tegenover dat ik met rust wordt gelaten. Geen mens die om mijn e-mailadres heeft gevraagd. Geen schijnbeloften om elkaar ooit nog eens te zien. Is dat erg?, vroeg ik me tijdens de terugreis af. Mis ik de bondjes gesmeed door alcohol? JA. Maar ik houd me voor dat ze duren zolang de voorraad strekt. Als de fles leeg is en de zon weer op, moeten we in ons eentje die berg weer op. Dat is al een hele opgave zonder kater, laat staan met.


Juni 2012

Charlie

‘Gek. Idioot. Eikel. Lul. Zo'n type die je ervan verdenkt dat hij zijn eigen caravan trekt, zo'n grensrechter.’
In zijn oudjaarconference van 1989 zette Youp van ’t Hek de Buckler-drinker zo voor schut, dat niemand daarna nog het 0,5-procentsbiertje durfde te drinken. We schaarden ons en masse achter de brutaalste jongen van de klas. Je bent een watje als je geen echt bier drinkt en een sukkel als je graag nuchter achter het stuur stapt. Drie jaar later was er in Nederland geen Buckler meer te krijgen. Minder Lees meer

Dit gevalletje effectief afzeiken is de geschiedenis ingegaan als het Buckler-effect. Op de Wikipediapagina van de cabaretier wordt het gebracht als een wapenfeit. Iedereen denkt dat Youp in zijn eentje het biermerk om zeep heeft geholpen, maar Bucklers roemloze aftocht van de Nederlandse markt mede veroorzaakt door concurrentie. Een Brabantse brouwer wist namelijk een maltbier te maken dat wél te drinken was. ‘Beter van smaak,’ gaf zelfs Buckler toe.
Niet alleen de smaak, ook de marketing is onovertroffen. Je zou het niet zeggen, maar Brabanders zijn zeer intelligente wezens als het op humor aankomt. Zij begrijpen dat zelfspot meer effect heeft dan afzeiken. Daarom vragen ze notoire probleemdrinkers om hun alcoholvrij bier aan de man te brengen. Als je ziet wie ze daarvoor inhuren, slagen ze daar bijzonder goed in. Het reclamebureau wist de best betaalde acteur (2010) van Amerika te strikken: Charlie Sheen. Drinker, snuiver, spuiter, pornofanaat, hotelkamersloper, wereldrecordhouder Twitter (snelste persoon met 1 miljoen volgers) en terugkerend bezoeker van afkickcentra.
In het reclamefilmpje zien we hem zojuist uit kliniek komen en vervolgens door een zonovergoten suburb rijden, waar iedereen een flesje bier in de hand heeft. Inclusief zwangere vrouwen en officers on duty. Zijn tuin staat vol uitgelaten bierdrinkers die hem welkom thuis heten. Als geplaagd door een delirium vlucht hij naar binnen, waar hij via het kattenluik een biertje aangeboden krijgt. Een ongevaarlijk biertje. 0,0 procent. Terwijl Charlie zich met bier en gespreide armen bij zijn jolige makkers voegt, klinkt de pompende beat van T-Rex’ Get it on nog net iets harder.
Charlie Sheen en ook Mickey Rourke, de acteur die in een eerdere maltreclame speelde, hebben er geen moeite mee om als herstellend verslaafde gecast te worden. Ze koesteren hun dubieuze imago en schamen zich niet voor het bezit van een Chiwawa of het drinken van alcoholvrij bier. Welke BN’ers zouden voor een vergelijkbare rol te paaien zijn? Wie is behalve Javièr Guzman zo dapper om zijn eigen vallen en opstaan publiekelijk te bespreken en bespotten? In de VS ben je een held als je uit de shit probeert te komen. In Nederland word je nooit meer serieus genomen. Controleverlies roept weerzin op, maar je bent een looser als je Buckler drinkt.
Dergelijke vooroordelen zijn de schuld van grootgebekte alfamannetjes zoals Youp van ’t Hek. Zij bepalen wat cool is en wat niet. Daarom is het ook zo verdomde lastig om jongeren minder te doen drinken. Zij kopiëren immers het gedrag van het stoerste gastje uit de klas. Wil je kinderen van de drank afkrijgen, dan zou je de haantjes zover moeten krijgen dat ze openlijk verkondigen dat comazuipen voor mietjes is. Desnoods tegen betaling. Precies wat de Brabantse brouwerij doet. Zij betaalt de stoutste thrillseeker om een alcoholloos drankje te promoten. Het resultaat is grappiger dan Youp en effectiever dan welke preventiecampagne dan ook.


April 2012

Goede raad

‘Wat zou u doen?’ is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin lezers andere lezers om raad vragen. Meestal gaat het om dilemma’s van huiselijke aard. Van dochters die thuiskomen met een Marokkaan tot ex-echtgenotes die te veel alimentatie eisen. Het dilemma van 12 februari werd ingeleid met de titel: ‘Ze pakt haar drugsverslaving weer op’.
Wat is het probleem? In het kort. Jongen ontmoet meisje. Zij vertelt hem dat ze tien jaar verslaafd is geweest aan cocaïne en heroïne. Ze is destijds twee jaar clean. Inmiddels zijn ze twintig jaar getrouwd. Anderhalf jaar geleden heeft hij amfetamine gevonden. Zij, blij betrapt te zijn, beloofde beterschap. Helaas. Sinds de eerste ontdekking heeft hij zeven keer ‘niet mis te verstane gebruikssporen’ ontdekt. ‘Zij zegt nu dat ze het onder controle heeft. En dat het nooit meer voorkomt. Van hulpverlening wil ze niets weten.’ Zijn vraag: Moet ik het accepteren? Minder Lees meer

De redacteur van ‘Wat zou u doen?’ selecteerde zes reacties van lezers. Ze variëren van ‘ga apart wonen’ tot ‘laat deze verslaafde vallen voordat zij u in haar val meetrekt’. Elk advies is gepeperd met woorden als ‘liegen’, ‘bedriegen’ en ‘besodemieteren’. Slechts één van de zes adviseurs wenst beide echtelieden heel veel sterkte toe, de rest gunt de man veel geluk en beschouwt de vrouw als een hopeloos geval met wie het alleen maar van kwaad tot erger kan gaan. Weliswaar zit in elk advies een kern van waarheid, verslavingen zijn nogal hardnekkig en gebruikers doen vaak loze beloften, maar toch: WAAR IS HET MEDEDOGEN?
Kijk dan toch! Deze vrouw kickt af van cocaïne en heroïne. RESPECT. Ze biecht haar prille geliefde haar verleden op. DAPPER. Daarna lukt het haar om maar liefst twintig jaar clean te blijven en getrouwd bovendien. APPLAUS. Nu heeft ze een terugval, wat trouwens iets anders is dan ‘een verslaving weer oppakken’ (let op het actieve werkwoord!), maar geen mens die haar een hart onder de riem steekt of zich afvraagt wat er in haar leven speelt. Kinderen het huis uit? Moeder met Alzheimer? Bedrijf op randje faillissement? Ook al kennen ze haar niet, toch weten de goede raadgevers exact wat voor vlees ze in de kuip hebben. Een onbetrouwbare junk. ‘Hoe weet je dat een verslaafde liegt?’, roddelt een 30-jarige wijsneus uit Voorburg, ‘dan bewegen haar lippen.’
Ik durf te wedden dat die brave brieven op zondagmiddag zijn geschreven door Volkskrantlezers met een gestructureerd leven vol geaccepteerde verslavingen, zoals het spellen van de zaterdagkrant en het drinken van een gekoelde Pinot Noir wanneer de gelegenheid zich maar voordoet. Zo’n smetteloos bestaan zou onze heldin ook wel willen. Wat heeft zij? Een onbedwingbare behoefte aan pep en een echtgenoot met zo weinig vrienden dat ie half Nederland om raad moet vragen in zake het amfetaminegebruik van de vrouw met wie hij al meer dan twintig jaar lief en leed deelt. Zijn naam is bij de redactie bekend. Om zijn vrouw te beschermen of omdat hij zich voor haar schaamt?
Of wacht eens even ... misschien bestaat deze man helemaal niet en is het dilemma verzonnen door een spion van het ministerie van Volksgezondheid met als missie het draagvlak voor collectief gefinancierde verslavingshulp te peilen onder het linkse deel van de bevolking? Dan heeft hij zijn bazen inmiddels kunnen rapporteren dat die zorg zonder al te veel protest kan worden opgedoekt. Solidariteit nihil.

‘Moet ik het accepteren?’ Nee OEN, dat moet je niet. Maar tussen gedogen en dumpen zit een wereld aan mogelijkheden. Zoals trakteren op een kroketje en haar eens rustig vragen wat er toch allemaal aan de hand is. Om mee te beginnen ...


Februari 2012

Fantasie

Toen ik nog dronk, hoefde ik me nooit te vervelen. Ik had altijd wel iets te doen. Overdag worstelde ik met een kater. ’s Avonds was ik actief met de kurkentrekker. ’s Nachts kroop ik van de bank naar mijn bed. Deze 24-uurscycli van actief drinken en recupereren wisselde ik af met perioden van geheelonthouding. Gedurende die twee hooguit vier dagen stortte ik mij op het verwaarloosde huishouden. Ik harste mijn snor en sopte de keukenkastjes. Toen ik na tien jaar van goedbedoelde doch mislukte stoppogingen het roer werkelijk omgooide, had ik mijn handen vol aan de bijbehorende boekhouding. Mijn eerste jaar van geheelonthouding kende never a dull moment, zo druk was ik met het tellen van de uren, dagen, weken, maanden enzovoort. Minder Lees meer

Inmiddels heb ik het punt bereikt waarop ik de jaren kan tellen. Het zijn er nu twee. Ongelooflijk. Een wonder. Maar wel een wonder van het saaiste soort. Na twee jaar, twee maanden en 23 dagen zonder alcohol, lijk ik volledig te zijn stilgevallen. De euforie om het bereikte resultaat is verdwenen. Het geluk om de hervonden helderheid is verbleekt. De enige opwinding die ik nog weleens ervaar is de paniek om de al te lange stilstand.

Een aurareader die ik hierover raadpleegde, zegt dat ik eindelijk ben thuisgekomen. Van haar mag ik in alle rust mijn koffers uitpakken. Een goede vriendin denkt dat ik energie aan het verzamelen ben voor een nieuwe groeifase. Mijn boerenmoeder wijt het aan de winter. Hoe het ook zij, ik zit er maar mooi mee. Leef ik eindelijk een braaf leven met tijd in overvloed, gebeurt er niets meer. Thuis niet. En daarbuiten al helemaal niet.

Daarom heb ik maar weer eens een coach in de arm genomen. Die heb je in vele soorten en maten, maar de mijne doet haar werk al wandelend. Lopend door de Utrechtse bossen proberen we erachter te komen hoe ik om te beginnen meer plezier uit mijn werk kan halen. Een vraag die daarbij kan helpen is: Hoe ziet je ideale leven eruit? Elk antwoord is goed. Als ik graag een zwangere Sophie Hilbrand wil zijn, dan mag dat. André Kuipers? Is ook goed. En lepelaar die van Texel naar Afrika vliegt? Niks is te gek. Maar waar kom ik mee? Met een bestaan dat absurd veel op het mijne lijkt. In mijn ideale leven woon ik weliswaar in het bos en heb ik logischerwijs andere buren, maar ik doe min of meer dezelfde dingen. Schrijven, eten, wandelen.

Het uitspreken van deze bescheiden wensen ging gepaard met schaamte. Ik voelde me een winnaar van de Staatsloterij die niets beters met zijn ‘5,2 miljoen belastingvrij’ weet te doen dan een dakkapel te laten bouwen. Waar is de verbeelding? Vroeg ik me de dagen na die eerste wandelsessie af. En ik kwam tot de conclusie dat ik zo weinig te verlangen heb, omdat mijn wildste fantasie al werkelijkheid geworden is. Ik heb iets gedaan wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben gestopt. Ik drink niet meer. De rest is luxe. Leuker werk, een vrijstaand huis? Dat zijn stoelverwarming en spoilers. Accessoires. Mijn grootste wens is gerealiseerd. Ik moet er alleen nog aan wennen dat gelijkmatigheid iets anders is dan stilstand. Met een beetje fantasie is de impasse waarin ik me bevind geen moeras van saaiheid maar een plateau van heilzame rust dat slechts na een zware klim bereikt kan worden. Verveling is het summum van persoonlijke groei. ‘Van daaruit ontstaan vaak de mooiste gedachten en beste ideeën,’ zegt mijn coach. Laten we hopen dat ze gelijk heeft.