Mariette Wijne

Amsterdam , dinsdag 14 juli 2020

Mama

Toen mijn moeder ziek werd, kwam mijn leven eerst tot stilstand en holde daarna achteruit. Ik werd weer de lieve dochter, het kleine zusje, een hulpeloos kind. We ruimden haar woning leeg. Richtten met een fruitschaal en handjevol foto's haar kamer in het verpleegtehuis in en wachtten op de dingen die komen zouden. 
Waar ik ging of stond, zag ik ziekte, dood en verval. Ik was zelf net verhuisd, maar vond het niet de moeite om een schilderijtje of gordijnen op te hangen, want: hoe lang zou ik daar nog plezier van hebben? Toen mijn onderbuurman psychotisch werd, inhaleerde ik zijn gekte en raakte aardig van het pad. Uiteindelijk was het een poëziecursus die me redde, me althans liet zien hoe ik zelf met dunne draadjes een pleister kan weven voor op een zere ziel. 
Ondertussen krabbelde mijn moeder weer op. Werd weer ziek. Nam afscheid. Werd beter. Nog eens ziek. En toch weer beter. Manmoedig skypte ze zich met lange haren, in andermans kleren, de afgelopen maanden door de coronacrisis heen, zittend op haar vaste plek tegen een achtergrond van Hou vol!-kaarten en knipsels van haar achterkleinkinderen. Ma Wijne (zoals ze per se genoemd wil worden): de overlever. Tien kilo zwaarder dan voor de eerste persconferentie van Rutte, maar best vrolijk en slechts een beetje verward. Ze zegt dat ze het leven nog niet beu is en kijkt uit naar een zomer die al lang begonnen is.