Mariette Wijne

Amsterdam, maandag 25 september 2017

Profiel

Nooit gedacht dat de dag zou komen. Maar afgelopen vrijdag was het zover. Op 22 september 2017 gaf ik mezelf een andere naam (een zogenaamde 'nickname') en maakte een profiel aan op een datingsite. De hel voor een weegschaal, want wat voor kleur is mijn haar? Donkerblond of bruin? Eigenlijk meer iets er tussenin, maar dat kan ik niet aanvinken, wel 'anders', maar dan denken ze dat ik een pruik draag ... En dat was nog een simpele vraag. De vakjes achter favoriete films, boeken en bezigheden duurden een eeuwigheid om in te vullen, zodat ik pas tegen het vallen van de avond de kardinale vragen bereikte: Wie ben ik? Wat zoek ik? Al mijn kruid verschoten, hield ik het kort: 'een houthakker met hersens' (hij, niet ik). Maar daar nam de censuurafdeling van de datingsite geen genoegen mee. Ik zou de kans op koppeling pas echt verhogen als ik meer over mezelf prijsgaf.
Ondertussen kreeg ik een stevig aanzoek van iemand die mijn korte teksten wel kon waarderen. Zelf was hij ook een man van weinig woorden: 'gewoon aardig, zorgzaam en warm' met een paar niet nader omschreven 'makke'. Hij had bij de haarvraag wel voor 'anders' durven kiezen. Op de foto's zag ik niet zozeer ander haar als wel veel haar. Of het een verband houdt met het ander is niet duidelijk, maar hij ontpopte zich al rap als een Rupsje Nooitgenoeg. Hij moest en zou snel een foto van mij zien. Terwijl ik graag gesluierd in het ge-internetdate wilde komen. Beetje aftasten en rondsnuffelen om later, later pas een foto te plaatsen. Ik was er ook nog lang niet over uit hoe ik mezelf zou presenteren. Als schrijver voor een boekenkast? Als genderneutraal tuinmens met hark? Of als het clichè van de vrouw van de wereld? Gehaast koos ik voor het midden. Sindsdien heb ik niets meer gehoord. En een werkelijk interessante kandidaat die mijn profiel aanvankelijk prachtig vond, kwam bij me terug met nog 1 dingetje: 'je rookt'. 'Hooguit 9 sigaretten per jaar', wilde ik hem toeschreeuwen, maar de afspraak is: niet kruipen noch pleasen – en ook niet de aandoenlijken aan het lijntje houden. 
Daarom heb ik, tegen mijn natuur in, zelf ook al meerdere mannen snel en duidelijk 'nee' verkocht. De leukste die ik laat gaan, is de 70-jarige filosoof die zichzelf liet fotograferen op een hometrainer in een lycra wielerbroek tot de knie. Nadat ik iets beleefds had gemompeld over het leeftijdsverschil, reageerde hij uiterst sportief. Ik mocht, in ruil voor een herfstknuffel, altijd bij hem aankloppen om over de andere mannen te praten. Het zou zomaar kunnen dat ik op zijn aanbod inga, want internetdaten is niet bedoeld voor mensen die alleen zijn. Daar kun je elke vorm van ondersteuning en relativering bij gebruiken. 


Amsterdam, donderdag 14 september 2017

Wind en regen

Vanity sizing: het woord drijft sinds het VK-magazine van afgelopen weekend door mijn hoofd. De term duidt op het verklantvriendelijken van maten. Dus dan heb je volgens een Burda uit 1973 maat 44 maar pas je anno 2017 in 38, zoiets. Of, de Biltse variant: het belooft 13 september een 'winderig dagje' te worden, maar we maken er 'de eerste herfststorm van het jaar' van en labelen die met 'code oranje'.
De westerstorm met windstoten tot 125 kilometer per uur zou 's nachts beginnen en tot diep in de middag doordenderen. Ik zag er vreselijk tegenop. Mijn tuin staat vol hoge bomen en die vallen bij bosjes. Bovendien zou ik extra vroeg van huis moeten om met het OV naar school te gaan. Maar toen ik buiten kwam was het a. opmerkelijk droog en b. best warm. Dus pakte ik de fiets.
Onderweg van Oost naar Zuid overkwam mij niets noemenswaardig. Ja, ik werd hier en daar geraakt door een vallend blad, zoals dat hoort in de herfst – the fall weet je wel. Ook alle 19 studenten waren voor de verandering eens op tijd. 'It's going to be code orange,' vertelde ik hen terwijl ik zorgelijk naar buiten wees. Daar kwam de zon net door de wolken en zette de bouwplaats in de voormalige schooltuin in lichterlaaien. Toen ik aan rond tweeën naar huis reed, had ik de wind in de rug en mijn regenpak onder de snelbinders. Ik floot een deun. 'Gewonden door herfststorm', las ik thuis op Teletekst. Hoeveel en hoe ernstig werd er niet bij gezegd. Op het journaal zag ik omgewaaide tenten op Vlieland (logisch) en gekantelde vrachtwagens (kan gebeuren). Over die gewonden geen woord, die zaten waarschijnlijk met omzwachteld hoofd thuis naar de Champions League te kijken.
Anderen schamperen al langer over het alarmsysteem van het KNMI en gaan met code rood grinnikend de weg op. Maar ik ben een brave burger. Ik geloof wat Gooise weermensen voorspellen en ik geloof ook dat de mensheid aan klimaatverandering ten onder zal gaan, maar die storm van gister was gevanitysized. De nederlaag van Feyenoord tegen Manchester City helaas niet. XL-verlies was in Feyenoords geval ook echt XL-verlies. Wat moet ik ineens met Feyenoord? Niks. Maar ik had met ze te doen, en met mijn broers die fan zijn sinds ze zelf de veters van hun kicksen kunnen strikken. 

Walk on, through the wind. 
Walk on, through the rain. 


Amsterdam, maandag 11 september 2017

1925

Gister vierden we mijn moeders 92ste verjaardag. Ze was er zelf ook bij. Deinend op golven van vergeetachtigheid met een warme baby op haar schoot, een van vijf achterkleinzonen die afgelopen twee jaar geboren zijn. Ze lachte. Mijn moeder. En daar gaat het om.

De bank waarop ze zit, is niet de hare. We zijn te gast bij mijn oudste broer en zijn vrouw. Die wonen om de hoek. In de kleine keuken staan taarten om uit te kiezen. Mijn zorgzame broer loopt heen en weer met enkele kopjes en glazen. Aan dienbladen en thesmoskannen doen wij niet, wel aan onnodig op en neer lopen om met niemand te hoeven praten. 
'Ik kom zo. Even tante Mientje iets inschenken.'
'Tante Corry nog iets drinken?'
'Wat mag het voor tante Kitty zijn?'
De schoonzusters van mijn moeder. De foto's van hun echtgenoten hangen in mijn moeders dodenhoek, naast de kast met de encyclopedie en het mooie bestek. Mijn moeder begrijpt niet waarom zij haar jongere broers en zussen moet overleven. 'Waarom ik?', is een vraag die ze zichzelf minstens tien keer per dag hardop stelt. Overigens zonder tranen of spijt. Meer met diep ontzag voor het lot. God speelt in haar overpeinzingen geen rol. Allang niet meer. Maar dat is een ander verhaal.

Ze lacht. Een slapende baby op haar schoot. Samen vormen ze één pastelkleurig wezen. Tussen broekspijpen en tafelpoten door loopt een verlegen jongetje in skinnyjeans en leren jack. 'Plassen op de pot. Maar poepen ho maar', hoor ik mijn nichtje zeggen als ik het geluid weer aanzet. Carnavalsmuziek valt uit de tv zo op het laminaat. 'En dan naar links. En dan naar rechts.' Gelach van vrouwen onder elkaar. Buiten zitten de mannen. Ook jong getatoeëerd vlees. Grote handen in de weer met telefoons en voetbaluitslagen. Over heggen komt livemuziek aangewaaid. Een coverband speelt op het veldje waar het vandaag vol oldtimers staat. Brommers en auto's. Mijn vader ging liever naar een paardenshow.
Na de taart haalt mijn oudste zus de hartige hapjes tevoorschijn. Stokbrood, kaas en salades. 'Alvast smeren of zo op tafel zetten?' De terugkerende vraag. Onze aangeboren worsteling met het gastvrouwschap. Tante Mientje verslikt zich in een voorbesmeerd broodje met tonijnsalade. Mijn moeder eet met smaak dingen die ze vroeger niet at. 'Ben je vergeten dat je niet van schimmelkaas houdt?' Ze lacht. En daar gaat het om. Als we haar na afloop weer naar huis brengen, ploft ze zwaar op de bank. Ze kijkt ons aan en zegt: 'Hoe bestaat het dat ik 92 ben?'