Mariette Wijne

Amsterdam, maandag 5 december 2016

Plaag

De Boze Witte Man blijkt niet te bestaan. Niet in de context van Trumps overwinning en ook niet als het om de aanhang van Wilders gaat. Toch kom ik er af en toe wel eentje tegen. Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld in de trein van A naar Z. Hij had een Woody Allen-achtig vissershoedje op. Daardoor dacht ik even dat ik met een lieve witte man te maken had. Een vogelaar of zo, die in een verschoten rood jack onderweg was naar een bijzondere vogelplek. Tot ik me herinnerde dat vogelaars niet per trein reizen maar in een Ford Focus met benzinemotor. Het hoedje verwees - zo zou een kwartiertje later blijken - naar een hobby van heel andere orde.
Goed. We zitten in een vierpersoonszitje. Het hoedje zit links van mij bij het raam. In Utrecht komt een echtpaar tegenover ons zitten dat amper met zijn tweeën op de smalle bank past. Hun grote lijven en dikke winterjassen voegen zich zo goed en kwaad als het kan in de beschikbare ruimte. En zo tuffen we het rivierengebied in. Alle vier kijken we naar buiten op zoek naar een aanknopingspunt voor een gesprek. Ik begin hardop het winterse uitzicht te prijzen. Zeg: 'Kijk eens wat mooi.' Het echtpaar knikt gemoedelijk. Hoedje reageert door te zeggen dat het bij hem thuis mooier is. Hij woont in Heiloo en heeft daar alles wat hij maar wil. Binnen 10 minuten op het strand. Binnen een halfuur in Amsterdam. Maar hij heeft het geluk nog niet getekend of hij begint zijn lachende zon met zwart door te krassen. Vanuit het niets lopen er ineens bloeddorstige vossen door zijn verhaal. Die zijn een paar jaar geleden door 'van die natuuridioten' uitgezet in de duinen en vormen nu een plaag. 'Ze zouden ze moeten afschieten.'
'En door die overmacht van de vossen', vervolgt hij ongevraagd zijn verhaal, 'zijn de meeuwen de bebouwde kom ingetrokken. Daar veroorzaken ze veel overlast. Het is een plaag. Je zou ze moeten mogen afschieten. Net als ganzen.' En hij vertelt dat hij een boer kent wiens grasland wordt opgevroten door ganzen. (Het valt me op hoeveel mensen een boer kennen die iets doet of laat wat hun gelijk staaft. Stadse vrienden van mij kennen een boer die windmolens op zijn erf heeft staan en daar niet alleen heel veel geld mee verdient maar ook nog eens de buren tot last is, wat zuurstof geeft aan hun haat tegen windmolens.) En je raadt het al... 'Afschieten die ganzen.'
Het ineengepropte stel tegenover ons reageert amper op Hoedje's mededelingen. Ze zitten gewoon een beetje te genieten van het open landschap dat aan hen voorbijtrekt. Wonend in de bossen bij Apeldoorn zijn ze blij om eens een horizon te zien. De man is volkstuinder. Ik vraag hem wat hij verbouwt. Andijvie, doperwten, kapucijners. Er volgt onder andere een verhaal over een eekhoorn die minstens een kilo aardbeien had gestolen en in de voren van de aardappels had verstopt. De tuinder grinnikt uit recept voor slimme eekhoorn. Hoedje zwijgt en denkt zich via de groenten van de volkstuinder snel een weg naar Afrika. 'Daar hebben ze niet te weinig te eten, maar ze zijn er met teveel. Dat komt door onze medicijnen. Daardoor blijven ze langer leven en ...' Zijn verhaal wordt overstemd door de mededeling dat we over enkele ogenblikken het station van Den Bosch zullen binnenrijden. Hier, nu wil ik eindigen met een verrassing die het voorgaande in een ander daglicht zet. Helaas. Dit was het. Ik zat circa 50 minuten naast een boze witte man. En ik had met hem te doen. Je zal de hele dag van die dingen moeten denken. In je eentje, schatte ik zo. Met nooit eens een tompouce bij de koffie of een aai over je bol van een vrouw die zegt: 'Man, maak je toch niet zo druk.'