Mariette Wijne

Amsterdam, dinsdag 16 december 2014

Desinfectie

In de wachtkamer van de Eerste Hulp zaten twee vrouwen. Een stel, denk ik. De zieke zat stilletjes en geconcentreerd voor zich uit de kijken. Haar ene hand omklemde een bekertje, haar andere lag op de plek waar het zeer moest doen, tussen navel en borst. Haar partner had twee keer zoveel volume. Ze zat gedraaid op haar stoel om de ander doordringend aan te kunnen kijken. In haar blik lagen alle compassie en liefde die ze in zich had. Haar handen waren voortdurend in de weer met de zieke, aaiden benen, handen, wang. Overacting heet het in de filmwereld. Zou er een vergelijkbare term in de mantelzorg bestaan? Overbezorgd? Nee, dit was meer dan dat. Dit was hypnose. Bevriezing. Geen deppen maar wrijven.
Niet iedereen is in de wieg gelegd voor mantelzorger. Ik zeker niet. Ik kan water halen en samen door tijdschriften bladeren, maar schuifelend mee naar een taxi lopen kost me veel moeite. Op cruciale momenten ben ik ook meestal op de wc om weer eens mijn handen te wassen, want ik zie overal besmettingshaarden en vrees dieren die onzichtbaar doch dodelijk zijn.
Toen ik ooit buddy was bij een doodzieke man raakte ik overspannen van mijn vrijwillige zorgtaken. Daar voel ik me nog steeds schuldig om. Gelukkig ben ik zo nu en dan in de gelegenheid om mijn vroegere zorgfalen goed te maken. Zoals afgelopen vrijdag, toen ik dus samen met een vriendin zes lange uren op de Eerste Hulp van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis doorbracht. Daar zagen we bovengenoemd koppel, knepen in elkaars hand en lachten onderdrukt zo hard dat de reden van onze aanwezigheid daar, een abces ter grootte van een courgette, er spontaan van openbrak. Maar dat bleek pas later, toen mijn vriendin relatief steriel op een onderzoeksbed lag. Had ik dit gemerkt of geweten toen ik naast haar door de Vogue zat te bladeren, dan had ik op de wc een flacon desinfectiezeep leeggedronken en waren we samen nog verder van huis geweest.
Het liep af met een sisser. Vriendin mocht naar huis. Een goede oefening was het wel. Zonder kinderen, man, moeder of zussen in de buurt ben je overgeleverd aan de zorg van wie toevallig tijd heeft en de moeite wil doen jouw krukken te dragen of pijn te verzachten. Vriendin heeft beloofd hetzelfde voor mij te doen als dat nodig mocht zijn. Een hele geruststelling. Mij urenlang doordringend aankijken zal zij niet doen. Het kan echter wel zo wezen dat ze op een moment suprême buiten staat te roken. Maar ik hoop dat ze daar tegen die tijd mee gestopt zal zijn.


Amsterdam, dinsdag 9 december 2014

Fantasieaanjager

Vriend zei: 'Je wordt gekoppeld'. Ik zei: 'Ben je gek, die gast wil gewoon iets over lesgeven weten.' Hij: 'Maar dat hoeft hij toch niet aan jou te vragen? Hij kent andere docenten, die bovendien veel langer in het vak zitten. Let maar op. Of hij is single of hij wil over zijn drankprobleem praten. Vermoedelijk allebei.' Welnee, bleef ik herhalen. 'En bovendien ben ik niet te koppelen. Nu niet en misschien wel nooit niet. Ik heb mijn portie gehad. Als er één voordeel aan deze leeftijd is, dan is het wel dat die armetierige behoefte aan seksuele bevestiging verdwenen is. Ik was, zoals jullie altijd al zeiden, verslaafd aan liefde. En nu taal ik er niet meer naar. Ik ben ongelooflijk tevreden met mijn huidige leven.' En zo voort. En zo verder.
Staat daar een aantrekkelijke man op me te wachten. Virieler dan op de foto's die ik gegoogled had. Mijn lichaam zei: 'Zozo.' Mijn verstand benadrukte dat het hier niet om een blind date maar om een professionele ontmoeting ging.De wegen van het brein zijn echter zeer voorspelbaar. Iemand had me gewezen op de mogelijkheid van een koppelactie, en dat spannende idee was stevig blijven hangen. Ik gedroeg me er ook naar. Ik zat daar niet als kenniscentrum van het hoger creatief onderwijs. Ik zat er als vrouw. 
Nou ja. Ik werd dus overmoedig, misschien zelfs koket. Na een uur over onderwijs, research en focus te hebben gesproken, belandden we bij de vraag der vragen. 'Heb jij kinderen?' Ik: 'Nee. Geen kinderen. Geen man.' Waarna ik een ongeoefend verhaal over alleen-zijn begon – terwijl hij daar niet naar had gevraagd. Het kan dus wanhoop hebben uitgestraald, het kan dat hij daarom zei: 'Ik woon al wel vijftien jaar samen.' (Wat deed dat 'al wel' in die zin?) 'Mooi,' zei ik en voelde mijn présence veranderen. Ik was niet langer present. In de verte hoorde ik hem nog zeggen dat zijn vriendin twaalf jaar jonger is en dat ze geprobeerd hebben kinderen te krijgen.'
Vijftien jaar samen, twaalf jaar jonger. Dertien seconden deed ik erover om van plukbare bloem te veranderen in een vrouw van mijn leeftijd. Onzeker over haar positie. Ben ik te ver gegaan? Waar ziet hij me voor aan? Bovenop die onzekerheid kwam nog eens de wrevel dat ik - alle nieuwe inzichten ten spijt - toch weer in de fuik van de romantische fantasie was getippeld. 'Logisch,' zei de vriend van het begin. 'Een ontmoeting met een vreemde die jou gaat bevragen over iets waar je goed in bent, is een fantasieaanjager van jewelste. Klassieke situatie. Menselijke reactie. Heeft niets met je leeftijd te maken.' 


Amsterdam, dinsdag 2 december 2014

Warm

Dit gaat over papier versnipperen. Niet over hoe je dat doet, maar over degene die dat voor mij doet. Je zou denken een groot en duur bedrijf in administratieve afvalzorg. Neen, het is een obesed analfabeet die spaghetti maakt van mijn oude boekhouding. En eigenlijk gaat het ook niet over Hans, want zo heet de papierversnipperaar. Het gaat over warmte mensen. Warmte, het thema van deze decembermaand. Waar vind je het nog? Hoe houd je het vast?
Toch maar even het hele verhaal. Ik ging zwemmen. Dat was in augustus. Onderweg botste ik op Hans die vertelde dat hij goed is in papier versnipperen. 
'Dus ik kan hier mijn oude administratie afgeven?' 
'Ja.' 
'Maar moet je niet aan je baas vragen of dat mag?' (zoveel gemak maakt argwanend) 
'Zal ik doen.'
En hij sjokte naar het hok waar hij uit tevoorschijn was gekomen. Even later kwam hij terug met een kleine lachende vrouw. De baas. Ze bevestigde dat Hans papier versnippert en dat het heel veilig is. Ik dacht aan een arbo-fähig apparaat, maar zij zei: 'Hij kan toch niet lezen.' The right man for the right job, kortom.
Dat was van de zomer. Sindsdien stonden vier tassen met mappen in het halletje van mijn kabouterwoning en kon de voordeur nog maar half open. Omdat er een andere wind waait weet je wel, besloot ik ze vorige week dan eindelijk naar Hans te brengen. Gehaast bladerde ik nog even door de geschiedenis van mijn 'bedrijf' en zag dat ik tien jaar geleden twee keer zoveel geld verdiende als nu. En toen dronk ik nog.
Ik hing de tassen aan mijn stuur en liep naar de sociale werkplaats. Het hek stond open, ik kon erdoor. Hans zag ik niet. Wel de kleine baas. Ze herkende mij meteen.
'Hans vraagt zich al maanden af waar je blijft.'
'Jeetje.'
'Geeft niks joh, hij zal blij zijn met dit klusje.' 
'Wat kost het?'
'Niks.'
'Maar zal ik dan iets lekkers voor bij de koffie brengen.' 
'Doe maar niet, want hij is al zo dik.'
Oh, die kleine wereld om mijn huis. Waar maanden naar je wordt uitgekeken en je in ruil voor een netje mandarijnen tien jaar administratie kunt laten versnipperen.