Mariette Wijne

Amsterdam, vrijdag 21 december 2012

Kritiek geven is zo gemakkelijk

Dacht dat de jubelaars onderhand waren uitgezongen, maar nee, op het eind van het jaar krijgen we nog een toegift. Met hun kerstkleren al aan vertellen ze op tv waarom Intouchables de beste film van 2012 is. Of in elk geval de grappigste. ‘Diep menselijk.’ ‘Hoopgevend.’ ‘Ontroert tot op het bot.’ ‘Nooit zoiets gezien.’ ‘Daar moet je heen!’ 

Dat deed ik. Dertiende week. Uitverkochte zaal. In gezelschap van 297 andere vrouwen van zekere leeftijd en één man aanschouwde ik de zouteloze slapstick van de Franse Dikke en Dunne. Maar dan met een ander gebrek. De een zit in een rolstoel. De ander is zwart. En ze vinden elkaar. Maar daarvoor moeten ze samen eerst allerlei doldrieste avonturen beleven. Zoals de politie plagen. (De zaal lag plat.) Een jointje roken. (Hou me vast.) Naar de opera. (Tijd voor de vrouw achter mij om haar Tenalady te verwisselen. Ze had de film al zes keer gezien maar ook deze zevende keer gierde ze het uit bij de scène waarin Sjimmie weigert om de sjaak van Sjors te wassen.) En deze grappige Franse film zou geen echte grappige Franse film zijn zonder amour, dus dat zat er ook nog in. Het gebruikelijke gefilosofeer over driehoeksrelaties bleef achterwege, maar het liefdeslijntje was zonder zulke dialogen al tergend genoeg. Hoofdpersoon is tot zijn oren verlamd, maar wil – hij is tenslotte Frans – niks liever dan een relatie met alles erop en eraan. (Even voor alle duidelijkheid: met een vrouw). En verdomd, met de hulp van Zwarte Piet lukt hem dat nog ook. En daar eindigt de beste film van 2012: bij vaste verkering. Heel onbevredigend. Vooral voor die vrouw lijkt me. In elk geval konden wij nu naar huis. Toch? Nee, de regisseur had nog een klapstuk voor ons in petto. Een foto van de echte Dikke en Dunne!!! Want zoals iedereen weet en niemand nalaat te benadrukken, is deze ongeëvenaarde film gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Kijk maar, zei de foto, zo zien ze de personages er in het echt uit. En wat bleek? Het enige pruimbare element,  de lenige zwarte panter die de hoofdrol speelt, is verzonnen. De zwarte panter is namelijk geen zwarte panter maar een licht getint varkentje in een witte kuitbroek. Had ik dat van te voren geweten, dan had ik thuis naar Toen was geluk heel gewoon gekeken. Waar was je trouwens, Gerard Cox? Ik heb je gemist in De Marathon. Rotterdams gootsteendrama barstensvol broederliefde waar ik wel om kon lachen. En huilen bovendien. Van ontroering. Echt waar.


Amsterdam, woensdag 19 december 2012

Lijstje

Via een stopwoorden-device ben ik erachter gekomen welke woorden ik in 2012 het meest heb gebruikt. PROBLEEM staat op nummer één, gevolgd door ALTHANS. En op drie: ANDRE KUIPERS. Laatst heb ik een vol uur aan hem liggen denken. Ik had namelijk een floatsessie cadeau gekregen en vanaf het moment dat ik in het reuzenei stapte probeerde ik op zijn naam te komen. Buzz Aldrin: een makkie. Wubbo Ockels: voor in de mond. Maar André Kuipers? Drijvend in het zoute water wandelde ik het hele alfabet op en neer. Aad, Bert, Chris, David, Erik, Fons … Pas toen ik mijn kleren weer aan had, schoot het me te binnen. André. André Kuipers. Wat een man! En vooral: wat een humeur! De reuring rond zijn vertrek en verblijf in de ruimte was me volledig ontgaan. Hij wekte pas mijn interesse toen hij weer voet op aarde zette. Die voet zat weliswaar nog in zijn ruimtepak en raakte nog niet de grond, maar André was veilig geland, als een baby uit de capsule verlost en zat in een absurd grote stoel midden in een winderige woestijn van een voormalige Sovjetrepubliek bij te komen van de thuisreis. Zijn ruimtemakkers zaten links van hem. Terwijl zij hun natollende lijven amper recht konden houden, stak André alweer glunderend zijn duimen omhoog. En hij zwaaide. Naar die goeie oude wereld, naar ons, naar mij. Nederland verruwt en wij verzuren naar het schijnt, maar André is immuun voor zorgen en chagrijn. Hij lijkt, net als Erica Terpstra en Desmond Tutu, behept met een gen dat hem in staat stelt overal de lol van in te zien. In een maanden-laterreportage zag ik hem een poging doen de dop van een kruikje jenever te draaien. Hij kreeg het niet voor elkaar. Geen probleem, althans niet voor André. Hij zei: ‘deze aarde is te zwaar voor mij,’ maar keek daar allesbehalve beteuterd bij.


Amsterdam, dinsdag 18 december 2012

Nu nog niet

Op een boerderij in Aalten wachten twaalf mannen en vrouwen en 7.000 wekpotten het einde der tijden af. Ze kunnen een nieuwe agenda kopen, want ook al is het een ontegenzeggelijk grijze dag, van de drie dagen durende duisternis voor het definitieve einde is geen sprake. Ze kunnen ook een paar miljard jaar wachten om alsnog aan hun trekken te komen. Want dat de wereld vergaat, staat wel zo’n beetje vast, maar dit gebeurt niet op 21.12.2012 om 12.11 uur. Op een symposium over het einde der tijden in De Balie werd de Maya-mythe jolig ontkracht door onder anderen een godsdienstpsycholoog, aardwetenschapper en Maya-deskundige. Voor aanvang van dit feestje der sceptici werd bangeriken gevraagd hun hand op te steken. Alle armen bleven omlaag. In de uitverkochte zaal geloofde kennelijk niemand in de nabije Apocalyps. Maar waarom waren deze montere zestigers in morsige truien dan op deze avond afgekomen? Om te grinniken om beïnvloedbare sukkels als ik die niks met zekerheid weten en voortdurend gerustgesteld willen worden? Dat is gelukt. Met dank aan Maarten Keulemans, columnist van De Volkskrant en zelfverklaard einde-der-tijdenspecialist. Een vrolijke wetenschapper die met een simpel touw de boel in perspectief plaatste. Hij had daarvoor twee vrijwilligers nodig die het meterslange koord voor hem vast wilden houden. Dat koord representeerde de tijdlijn van het leven op aarde. Het was wit en de belangrijkste gebeurtenissen, zoals een komeetinslag of cruciale celdeling, met rode tape gemarkeerd. Aan het einde van het touw, onder de duim van de vrijwilliger krioelden wij. De hele mensheid met z’n vuur, wiel, boekdrukkunst en ontdekking van het Higgs-deeltje: niet meer dan een vezel. De kans dat die vezel wordt beschadigd is ernstig groot, maar uitsterven, bezwoer Keulemans, ‘is de gewoonste zaak van de wereld’ en hij wees daarbij naar een millimeter tape die het complete hello & goodbye van de dinosaurussen aangaf. Kwaadwillende kometen, dodelijke gasexplosies, massale vulkaanuitbarstingen: allemaal heel plausibel, maar niet op korte termijn. Keulemans is meer beducht op het zelfdenkende vermogen van computers dat ons al in de komende tien, twintig jaar voor onaangename verrassingen zal plaatsen. Ieder zijn meug, maar dat doet me niets. Ik heb een houtkachel en zonnepanelen en hoop in 2013 een eetbare biet te kunnen kweken. Gerustgesteld fietste ik naar huis. Onderweg kocht ik bij de benzinepomp een Bounty en een zak hout om te verstoken op de dag dat de wereld blijft bestaan.


De Doelen, Rotterdam, zaterdag 15 december 2012

Jauchzet, frohlocket!

Johann Sebastian Bach, Weihnachts-oratorium, Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, dirigent Ton Koopman, sopraan Maarten Engeltjes ...                                                                              


Amsterdam, donderdag 13 december 2012

In het dal (1)

Als ik door de tunnel naar boven kruip, kom ik op de tweede verdieping van mijn middelbare school. Dit is een wereld waar ik niet wil zijn. Ze zijn aan het oefenen voor het grote toneelstuk van de laatste schooldag. Iedereen is verkleed en praat in rijm. Een meisje geeft me een briefje met het antwoord. Het is vijandig van toon. Ik glijd via een glijbaan het dal weer in en ga terug naar het grote houten hotel in Zwitserse stijl. Er is zojuist een groep veteranen gearriveerd. Ze zijn mager en hebben baarden. Of zijn het biologen? Nee, daarvoor zien ze er te afwezig en gehavend uit. Ik vraag de sleutel van mijn kleine kamer op de eerste verdieping. De man achter de desk doet alsof hij me herkent en duwt me nummer 59 in mijn handen. Ik weet dat dit mijn sleutel niet is maar loop er toch mee naar boven. In de drukte van door elkaar lopende nieuwe gasten zoeken twee vrouwen naar kamer 23. Ik geef ze mijn 59 en loop met hun 43 naar de balie. Als ik de sleutel uit mijn zak haal, blijkt het een in tweeën gescheurd snoeppapiertje te zijn. Het ligt nu midden op de desk. Ik kijk naar hoe de balieman ernaar kijkt. Zijn onvriendelijke gezicht komt naar het mijne. Hij begint me te zoenen en fluistert: jij neemt steeds meer ruimte in. Het klinkt alsof hij daar geen weerstand aan kan bieden. Hij zoent me opnieuw. Hem proevend denk ik te weten wie het is. Ik geneer me voor de mensen die naast en achter me staan. Ik stribbel tegen. Ik doe mee. En dan verdwijnt het meubel dat tussen ons in staat en vallen de hotelmuren als kartonnen decordelen om. Nu liggen we naast elkaar in het gras en kijken naar een bergwand voor ons. Ik dwing mezelf in dit moment te geloven. Het kan ook zijn dat ik in dit moment geloof maar er iets verstandelijks tegenin probeer te brengen. Tussen neus en lippen door vraag ik naar de tijd. ‘De sixties,’ zegt hij. Wat de verschoten polaroidkleuren verklaart. 1969. Vietnam? En boven de berg ontploft een vliegtuig. Zwarte rook verandert in een neerwaartse spiraal van paniekerige vogels. De man noemt hun naam en herinnert mij eraan dat die soort door de moeder van V wordt bestudeerd. Daarmee verraadt hij zijn identiteit. We horen klokgelui. ‘Ligt daar een dorp?’ vraagt hij. Wat ik raar vind, omdat hij hier toch bekend is? ‘Koeien,’ wijs ik. Ze worden bruut en met grote haast een bergpas overgedreven. Bij het dalen maken ze zoveel vaart dat ze het niet meer houden en vanaf grote hoogte het dal in stuiteren. Neergekomen beginnen ze wezenloos te grazen. Ik pijnig mijn hersens om achter vandaag te komen. Als het maandag is, moet ik gaan.


Amsterdam, maandag 10 december 2012

Pillen

Op het avondje met Hedy d'Ancona had ik zo graag die bruine, want masculiene, broek wlllen dragen. Maar die voelt nog niet als thuis. Niet als het mijne althans. Helaas wel als iemand anders' z'n thuis. Toen ik hem wat langer aan had, voelde ik een griezelige structuur op de knie. Gebrubbeld. Oneffen. Het euvel zit in de voering. Die is gemaakt van een synthetische rekstof die door het dragen is gaan lubberen en pillen als het elastiek van een oude onderbroek. Daarmee een geheim onthullend dat ik niet wens te weten. Want hoe kan een zachte, behaarde mannenknie slijtage veroorzaken? Juist. Dat kan alleen als die knie geschoren is. En welke man scheert zijn knie? Precies. Daarbij komt dat ik niet tegen pillende stoffen kan. Ze doen me denken aan de tijd dat ik alphahulp was en twee uur per week schoonmaakte bij mevrouw R. Als ik een kwartiertje overhield, streek ik de overhemden van haar vrijgezelle zoon. Die overhemden pilden op de manchetten en kraag. Dat gebeurt als je katoen met polyester mixt. Het strijken van een korrelige kraag is tot daaraantoe. Maar ik moest dat doen op de intens trieste harmonicamuziek van Ennio Moricone. Zodra ik naar boven ging voor m'n laatste klusje, legde mevrouw R de soundtrack van Once Upon a Time in The West op de platenspeler. Sindsdien associeer ik pillend textiel met onheil en eenzaamheid. Ik weet niet hoe oud mevrouw R is geworden noch waaraan ze is gestorven. Ze kreeg een herseninfarct. Voordat een meer geavanceerde hulp in dienst trad, heb ik haar nog een paar keer naar en op de wc geholpen. 


Amsterdam, vrijdag 7 december 2012

Palen

Bellend met een lid van de MCA (Mode Club Amsterdam) ging het onder andere over Sacha de Boer. 'Wat vind jij daar nou van,' vroeg hij bezorgd, 'dat zij op zulke hoge hakken het Achtuurjournaal presenteert.' Ik had Sacha's palen, de officiële modeterm voor hyperhoge hakken, niet gezien maar wel die van de presentatrice van het Jeugdjournaal. Ook zij was met minstens 12 centimeter verlengd. Wat ik daarvan vind? Wat ik daarvan vind? Ik vind alle schoenen die te hoog, strak of klein zijn om fatsoenlijk op te lopen een teken van zelfgekozen ONDERDRUKKING. Ik draag honderd keer liever een HOOFDDOEK. Daar kun je mee badmintonnen of je kind redden voordat het onder een auto loopt. Op extreem hoge hakken kun je niets en ben je nergens. Dat kwalificeert ze tot een zelfgekozen GEVANGENIS. Bovendien zijn ze een regelrechte flirt met paaldans en PORNO. Maar dat schijnen de fans niet te zien of  - erger nog - wel grappig te vinden. Via welke modemaffia die barkrukken de beschaafde NOS-studio zijn binnengesmokkeld is mij een raadsel. Het zullen toch niet Sacha's eigen pumps zijn? Nee, hoogstwaarschijnlijk zijn ze aangereikt door een stylist. 'Gaaf joh, maken je benen veel langer.' Zeker weten. En ze prononceren je achterwerk en kuiten. Ook dat is waar. Maar waarom zou je het silhouet van een bimbo ambiëren als je het Achtuurjournaal presenteert? Het nieuws is zonder die openlijke automutulatie al akelig genoeg. Ach lieve Sacha ... Ga toch lekker op kousenvoeten achter die desk zitten en ben weer de discrete schoonheid die je altijd was.

 


Amsterdam, woensdag 5 december 2012

Hedy

Terwijl M zich verdiepte in de kleine zwaan ('Ze eten winterknolletjes van fonteinkruiden!'), begaf ik me onder de mensen. Onder hoogopgeleide blanken van middelbare leeftijd. Zij en ik waren ingegaan op een uitnodiging van de KNSM-Sociëteit om een avond met Hedy d'Ancona en haar biograaf Leonoor Meijer bij te wonen. Wat ik aan het begin van de avond nog niet wist, maar nu dus wel: ik hou van Hedy. Een geboren stand-upper. Als zij over haar jaren als Europarlementariër vertelt, klinkt het alsof ze samen met André Kuipers allerlei te gekke planeten heeft ontdekt vol buitenaardse wezens die veel geëmancipeerder zijn dan wij. Trouwens, alles wat Hedy met die slepende jarenzestigstem zegt klinkt als uit een andere, swingender wereld. En ze ziet er ook zo mooi uit, weet je wel. Het zwarte jurkje, de rode mond, het piekhaar: net Edith Piaf. Overigens zonder smart of melancholie, want Hedy is een positivo pur sang. Guitig het publiek inkijkend gaf ze ons haar visie op Rutte, Samsom, feminisme, arbeid, Europa. Stuk voor stuk vervelende onderwerpen. Maar toch niet uit de mond van Hedy. O, nee. Zij strooide handenvol geestige anekdotes en intelligente bespiegelingen als pepernoten de zaal in. En wij bukten en sprongen om ze te vangen. Natuurlijk wilde de gespreksleider ook weten wat ze van Spekmans 'nivelleren is een feestje' vond. 'Dom en onhandig.' Bovendien 'ziet de man er niet uit.' Hoe vaak hebben we dat al niet gehoord? Toch wist Hedy deze mededeling moeiteloos boven de status van dooddoener uit te tillen door er perspectief aan toe te voegen. 'Wat zou ik graag een arbeideristisch en ook geil toilet voor hem ontwerpen,' zei ze vol vuur. Arbeideristisch. Geil. Ik probeerde me zo'n outfit direct voor te stellen maar kwam niet verder dan de opgerolde hemdsmouwen en strakke broek van Jerommeke. Toen het tijd was voor signeren durfde ik – uit angst om door haar voor oppervlakkig te worden aangezien – niet naar het ontwerp te vragen. Ik zei iets doms en ging met een nietszeggende opdracht in mijn exemplaar van Hedy, Feministe, politica, actievoerster naar huis. Toen ik de zaal verliet, was het sociëteitsbestuur bij haar aan tafel geschoven. Die mannen kregen een sappige toegift. Deze vrouw moest het met een nagenoeg naakte Hans Spekman doen. Want wat ik ook probeerde, het geil toilet kreeg ik er maar niet overheen gefantaseerd. 


Amsterdam, maandag 3 december 2012

Kleine zwaan

Om de samenwerking te bezegelen fietsten we samen naar De Kringloper in Naarden. Terwijl ik kleren visualiseerde die ik daar hoopte aan te treffen, had Mariëtte slechts oog voor vogels. Ze herkende er niet eentje. 'Misschien een gans,' zei ze. En ook: 'Dat zou een meeuw kunnen zijn.' Voor een vrouw die zich al anderhalf jaar in vogels verdiept, weet ze er bar weinig vanaf. Op het fietspad naar Muiden hield ze een op het oog ervarener collega staande om hem te vertellen over de interessante 'fluit' die ze tweehonderd meter geleden had gehoord. 'Roep', verbeterde hij haar. 'Van een wulp,' voegde hij er beslist aan toe. De man wist ook te vertellen dat hij honderden kleine zwanen had gezien. 'Die zijn uit Siberië komen vliegen om hier te overwinteren. De wulp vliegt nog een stukje door.' Bereninteressant, maar ik stond in gedachten in een pashokje vijftien kilometer verderop een beige Burberry te passen. Wat hoogstwaarschijnlijk niet zou gebeuren, omdat het kledingaanbod van De Kringloper volgens kringlooprecensenten van V&D-kwaliteit is. Dit in tegenstelling tot het muziekassortiment, waarvoor verzamelaars van heinde en verre naar Naarden reizen (een recensent had er voor veertig cent een singletje met mijnwerkersliedjes gekocht). Gelukkig ben ik niet de enige die dergelijke beoordelingen graag leest, dat doet het management van De Kringloper ook. De karige waardering is namelijk uitbundig gewroken met een hoek vol feestkleding waar je u tegen zegt (althans met een dreigende sigaret bij je Marni-rok). Ik was niet eens verbaasd om daar de verlangde zwarte veterschoenen te zien staan. In de juiste maat bovendien. Verder kocht ik een wollen bruine bandplooibroek (niet gevisualiseerd) en een plastic regenjas die door iemand in diezelfde bui met grote haast en beslagen brillenglazen voor een Burberry zou kunnen worden aangezien. M kocht niets. Terwijl ze toch elke tweedehands kerstbal uitvoerig had betast en bekeken. (...) Zij durfde het niet met zekerheid te zeggen, maar ik was ervan overtuigd: de vogels die we op de terugweg in het Gooimeer zagen dobberen, waren, met een hals niet langer dan een meisjesarm, de genoemde kleine zwanen. Met z'n honderden hingen ze ondersteboven in het grijze water en produceerden samen een klank die vele malen weemoediger klonk dan de winterroep van een eenzame wulp. Op de drempel van Amsterdam zagen we vervolgens nog een knoeperd van een buizerd (zeker weten!) en een valkje dat met Epke Zonderland-allure uit een lage boom viel en meteen weer opsteeg en dus alleen een boomvalk kon zijn. Toch opperde M de mogelijkheid van een duif. Misschien een duif, herhaalde ze vijf keer. Waardoor ik besefte dat ze inderdaad hulp nodig heeft.